Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/14.1:14.1 Inleiding
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/14.1
14.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197298:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tweede jurisdictie die ik in het rechtsvergelijkend deel van mijn onderzoek bespreek is die van het Verenigd Koninkrijk. Wat het Verenigd Koninkrijk kenmerkt en interessant maakt is enerzijds de dualistische houding ten opzichte van mensenrechtenverdragen, waardoor voor doorwerking omzetting in nationaal recht nodig is, en anderzijds het ontbreken van een grondwet of eigen grondrechtencatalogus. Hiermee onderscheidt het Verenigd Koninkrijk zich van Nederland, die een monistische grondhouding heeft ten opzichte van mensenrechtenverdragen en die bovendien beschikt over een grondwet. In dit hoofdstuk zal ik op hoofdlijnen rapporteren hoe de bescherming van mensenrechten (in het bijzonder het eigendomsgrondrecht) is vormgegeven in de bijzondere en specifieke Britse staatsrechtelijke constellatie. Daartoe zal ik in par. 17.2 op hoofdlijnen beschrijven hoe de bescherming van grondrechten in het Verenigd Koninkrijk was georganiseerd vóór de inwerkingtreding van de Human Rights Act 1998 (hierna: HRA), die de mogelijkheid voor Britse burgers opende om zich bij de nationale rechter te beroepen op mensenrechten. Ik ga daarbij niet uitgebreid en gedetailleerd in op de Engelse staatsinrichting of de wijze waarop de rechtspraak is georganiseerd. Ik wil slechts een algemeen beeld schetsen als opmaat voor de in volgende paragrafen te bespreken Britse belastingrechtspraak. In par. 17.3 komen vervolgens – opnieuw op hoofdlijnen – de achtergrond en werking van het systeem van de HRA aan de orde. In par. 17.4 bespreek en analyseer ik belangrijke uitspraken van Britse rechters van na de inwerkingtreding van de HRA in 1998. Daarbij zal ik beoordelen in hoeverre de Britse belastingrechtspraak over artikel 1 Eerste Protocol in overeenstemming is met de rechtspraak van het EHRM. Ik eindig in par. 17.5 met een conclusie.