Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.C.8.2:III.C.8.2 De legitimaris en geheimhouding
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.C.8.2
III.C.8.2 De legitimaris en geheimhouding
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS406037:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het spiegelbeeld van de hiervoor beschreven problematiek is de kwestie in hoeverre de executeur de verplichting heeft om de legitimaris te berichten. Ik spreek van spiegelbeeld, aangezien de legataris in de regel als 'bevriende relatie van erflater' aangemerkt kan worden en de (onterfde) legitimaris in beginsel niet. De werkgroep deontologie nieuw erfrecht van de KNB heeft zich op het standpunt gesteld dat de notaris die een legitimaris benadert in beginsel in strijd handelt met zijn geheimhoudingsplicht. De vraag komt dan ook op in hoeverre een executeur verplicht is om onterfde legitimarissen op te sporen.1 Onder het nieuwe erfrecht zijn er geen problemen meer die men niet testamentair voor kan zijn. Hoe kan men in de toekomst op eenvoudige wijze van de onderhavige problematiek af zijn? Uiterste wilsbeschikkingen zonder executeurbenoemingen zullen, naar ik aanneem, bijna niet meer voorkomen. Bij de invulling van de opdracht van de executeur in geval van een onterving van een legitimaris, kan door de notaris met de testateur uitdrukkelijk besproken worden welke schulden van de nalatenschap deexecu-teur wel en welke 'letters' van art. 4:7 BW hij niet uit zichzelf dient te voldoen.
Uit de parlementaire geschiedenis2 blijkt dat de aan de executeur opgedragen taak in de uiterste wil kan worden beperkt of uitgesloten in de navolgende zin:
'b.v. door te bepalen dat de executeur slechts een gedeelte der nalatenschapsgoederen zal beheren of alleen legaten, niet de nagelaten schulden of slechts een gedeelte daarvan zal voldoen.' (Curs. BS)
Deze passage geeft mijns inziens erflater genoeg ruimte om in zijn uiterste wil uitdrukkelijk te bepalen dat legitimarissen (door de executeur) niet opgespoord dienen te worden. Iedereen weet dan waar hij aan toe is, ook de 'betrokken' notaris en zeker de notaris-executeur. Iets anders is het feit dat een executeur (en de notaris) in het kader van de informatieplicht wel altijd de erfgenamen dient op te sporen, en wat de notaris-executeur betreft, op hun rechten en plichten dient te wijzen. De erfgenamen hebben recht op informatie, zij zijn immers van rechtswege de opvolgers in het vermogen van erflater. Nog iets anders is dat een executeur, zolang er nog geen beroep op de legitieme portie is gedaan, de (nog niet bestaande) vordering van de legitimaris niet kan en dus ook nog niet hoeft te voldoen. Er is immers nog geen (opeisbare) 'schuldvan de nalatenschap' ontstaan. De executeur zal het betreffende gedeelte van de nalatenschap dat met een (verbintenisrechtelijke) 'legitieme claim' belast kan worden, nog niet 'vrijgeven' en zo mogelijk met de erfgenamen overleggen of het niet verstandig is om de legitimaris op te sporen en hem een redelijke termijn te stellen. Zo niet, dan doet de executeur in het kader van zijn'rekenplicht' er goed aan de erfgenamen op de mogelijke komst van een legitimaris te wijzen en zich voor de potentiele claim van de legitimaris te laten 'vrijwaren' bij zijn 'Freigabe' van de nalatenschap. Het 'mooiste' draaiboek is vanzelfsprekend dat erflater over de 'opsporingskwestie' reeds in zijn uiterste wil een uitspraak heeft gedaan. Hij zou bijvoorbeeld 'analoog' aan de op de executeur krachtens art. 4:119 BW rustende kennisgevingsverplichting jegens de legatarissen, de verplichting op kunnen leggen de legitimaris op te sporen. De (wellicht meer voor de hand liggende) andere kant van de erfrechtelijke medaille zou (kunnen) zijn de executeur, in het kader van de invulling van zijn opdracht, de testamentaire last op te leggen dat hij de onterfde legitimaris 'nooit en te nimmer' mag opsporen. Erflaters laatste wil is wet in deze. Zelfs voor de notaris. De wetgever spreekt immers in art. 4:119 BW willens en wetens niet van de legitimaris.