Belastingblad 2026/102
Indien het hoger beroep van het bestuursorgaan ongegrond is, dient dit orgaan als hoofdregel te worden veroordeeld in de kosten die de belanghebbende redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van dit hoger beroep. De Hoge Raad houdt een oordeel over de vraag of sprake is van een bijzonder geval in de zin van art. 30a lid 2 Wet WOZ aan, in afwachting van nadere gegevens.
HR 16-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:58, m.nt. J.K. Lanser
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 januari 2026
- Magistraten
Mrs. M.W.C. Feteris, A.E.H. van der Voort Maarschalk, W.A.P. van Roij
- Zaaknummer
24/04526
- Noot
J.K. Lanser
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD46116:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht (V)
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑01‑2026
ECLI:NL:HR:2026:58, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑01‑2026
Essentie
Indien het hoger beroep van het bestuursorgaan ongegrond is, dient dit orgaan als hoofdregel te worden veroordeeld in de kosten die de belanghebbende redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van dit hoger beroep. De Hoge Raad houdt een oordeel over de vraag of sprake is van een bijzonder geval in de zin van art. 30a lid 2 Wet WOZ aan, in afwachting van nadere gegevens.
Uitspraak
Arrest
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING GOUWE-RIJNLAND
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.