Einde inhoudsopgave
RvdW 2014/604
Art. 81 lid 1 RO. Vennootschapsrecht. Waardering aandelen in verband met vordering tot uittreding, art. 2:343 BW. Benoeming deskundige, doorbreking rechtsmiddelenverbod, art. 194 lid 2 Rv.
HR 18-04-2014, ECLI:NL:HR:2014:945
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
18 april 2014
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek
- Zaaknummer
13/01655
- Conclusie
A-G mr. L. Timmerman
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Financiële planning / Estate planning
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:945, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 18‑04‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:110, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑02‑2014
Essentie
Art. 81 lid 1 RO. Vennootschapsrecht. Waardering aandelen in verband met vordering tot uittreding, art. 2:343 BW. Benoeming deskundige, doorbreking rechtsmiddelenverbod, art. 194 lid 2 Rv.
Partij(en)
- 1.
[Eiseres 1],
- 2.
US 3 Holding B.V., te Haarlem, eiseressen tot cassatie, adv.: mr. P.S. Kamminga,
tegen
[Verweerster], verweerster in cassatie, niet verschenen.
Conclusie
Conclusie A-G mr. L. Timmerman:
1. Feiten en procesverloop
1.1
In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten1.:
- a.
[eiseres 1], US 3 B.V. en [verweerster] zijn de persoonlijke houdstermaatschappijen van respectievelijk [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.