NJ 2020/146
Gemeentelijk strafrecht. Strafbaarstelling straatintimidatie. Op grondrecht vrijheid van meningsuiting mogen alleen bij formele wet beperkingen worden aangebracht. Beperkingen bovendien onvoldoende voorzienbaar (‘foreseeable’). Art. 2:1a APV Rotterdam is onverbindend.
Hof Den Haag 19-12-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3293
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
19 december 2019
- Magistraten
Mrs. A.E. Mos-Verstraten, T.J. Sleeswijk Visser-de Boer, F.P. Geelhoed
- Zaaknummer
22-005096-18
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS196830:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Openbare orde
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2019:3293, Uitspraak, Hof Den Haag, 19‑12‑2019
- Wetingang
Essentie
Gemeentelijk strafrecht. Strafbaarstelling straatintimidatie. Op grondrecht vrijheid van meningsuiting mogen alleen bij formele wet beperkingen worden aangebracht. Beperkingen bovendien onvoldoende voorzienbaar (‘foreseeable’). Art. 2:1a APV Rotterdam is onverbindend.
Samenvatting
Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad, zoals HR 10 november 1992, NJ 1993/197, m.nt. A.C. ’t Hart en HR 9 februari 1993, NJ 1993/646, komt het hof tot het oordeel dat art. 2:1a APV Rotterdam in zijn geheel in strijd is met art. 7 lid 3 Gw.
Ten overvloede is het hof van oordeel dat art. 2:1a APV ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.