AB 2022/15
Integrale geloofwaardigheidsbeoordeling asielzaken. Daadwerkelijke en kenbare motivering vereist van gewicht bewijsstukken seksuele gerichtheid.
ABRvS 04-08-2021, ECLI:NL:RVS:2021:1754, m.nt. V.M. Bex-Reimert en A.M. Reneman
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
4 augustus 2021
- Magistraten
Mrs. J.J. van Eck, G.M.H. Hoogvliet, A.J.C. de Moor-van Vugt
- Zaaknummer
202102077/1/V2
- Noot
V.M. Bex-Reimert en A.M. Reneman
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS627110:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2021:1754, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 04‑08‑2021
- Wetingang
Art. 31 lid 1 Vreemdelingenwet
Essentie
De staatssecretaris moet daadwerkelijk en kenbaar motiveren welk gewicht aan de inhoud van bewijsstukken toekomt in het licht van de afgelegde verklaringen over de gestelde seksuele gerichtheid en eventueel overgelegd ander bewijsmateriaal.
Samenvatting
Het uitgangspunt dat een vreemdeling zijn seksuele gerichtheid vooral met zijn eigen verklaringen aannemelijk kan en moet maken, laat onverlet dat bepaalde stukken, die wat betreft inhoud niet in strijd komen met de grondrechten en menselijke waardigheid, kunnen dienen als ondersteunend bewijs. Dit betekent dat die stukken, afhankelijk van de door een vreemdeling afgelegde verklaringen, het overige bewijs en de daarover geformuleerde tegenwerpingen, ertoe kunnen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.