Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/13.1.5:13.1.5 Voorbeelden van door de overheid toebedeelde aanspraken
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/13.1.5
13.1.5 Voorbeelden van door de overheid toebedeelde aanspraken
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS301692:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
522. Ik volsta in dit hoofdstuk met enkele voorbeelden van wilsrechten die worden toebedeeld aan eenieder die de hoedanigheid heeft van recht-hebbende van een specifiek subjectief recht.
523. Voorbeelden van wilsrechten die toekomen aan iemand die de hoedanigheid heeft van eigenaar van een onroerende zaak, zijn de bevoegdheid om een van de buurman te vorderen dat grenstekens tussen de twee percelen worden aangebracht (art. 5:46 BW), dat een scheidsmuur wordt opgericht (art. 5:49 BW) of dat een noodweg wordt aangewezen indien zijn erf wordt ingesloten door dat van de buurman (art. 5:57 BW).
524. Voorbeelden van wilsrechten die toekomen aan de rechthebbende van een vordering die niet wordt betaald, zijn de mogelijkheid om voor de vordering beslag te leggen (bijv. art. 502 e.v. Rv voor beslag op onroerende zaken) of, onder omstandigheden, het faillissement van de schuldenaar aan te vragen (art. 1 Fw). Indien de schuldenaar een tegenvordering heeft, bestaat er ook een mogelijkheid om de vorderingen te verrekenen (art. 6:127 BW). Mocht de schuldenaar het verhaal van de rechthebbende van de vordering proberen te frustreren, dan kan onder omstandigheden ook eenberoep gedaan worden op de actio Pauliana (art. 3:45 BW). Verder kan bij wilsrechten die behoren bij de hoedanigheid van rechthebbende van een vordering, worden gedacht aan de bevoegdheid om een rangregeling te verzoeken (bijv. art. 3:271 lid 1 BW).
525. Er zijn nog veel meer voorbeelden te noemen. Steeds volgen ze hetzelfde patroon. Er wordt een wilsrecht toegekend door de wet, op basis waarvan iemand de mogelijkheid heeft om zijn rechtspositie te verbeteren ten opzichte van een ander. Dit doet hij door eenzijdig een bepaalde wilsuiting te doen, opdat de overheid in beweging komt om hem te helpen. Deze wilsuiting kan rechtstreeks tot de andere partij gericht zijn (bijv. bij verrekening), waarbij de overheid op de achterwacht blijft om eventuele geschillen die zouden kunnen ontstaan te beslechten. De wilsuiting kan er ook direct voor zorgen dat de overheid betrokken raakt door een rechter te vragen een uitspraak met rechtsgevolg over de rechtsposities van de betrokken partijen te doen (bijv. bij een verzoek om beslag te mogen leggen).