Parketnummer 23-00051-23.
HR, 16-09-2025, nr. 23/03144
ECLI:NL:HR:2025:1301
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16-09-2025
- Zaaknummer
23/03144
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:1301, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑09‑2025; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:898
ECLI:NL:PHR:2025:898, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑08‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:1301
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0281
Uitspraak 16‑09‑2025
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. telen van hennep (art. 3.B Opiumwet), aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet) en uitkeringsfraude (art. 227b Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, (“screenshot” van voorpagina van) appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van het door raadsvrouw verzonden document waarin (kennelijk) grieven zijn opgenomen en dat (deels) aan cassatieschriftuur is gehecht? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Aan cassatieschriftuur is “screenshot” van voorpagina van appelschriftuur van raadsvrouw gehecht. Die appelschriftuur is gestempeld door griffie Rb. Aan herkomst van het in cassatie overgelegde document behoeft redelijkerwijs niet te worden getwijfeld. Daaraan doet niet af dat hof bij brief heeft medegedeeld dat appelmemorie met datumstempel zich niet in dossier van hof bevindt. Uit (aanvullende) cassatieschriftuur is immers op te maken dat het gaat om afbeelding van digitaal dossier van Rb. Op afbeelding is ook in bovenbalk van digitale applicatie een van de in eerste aanleg gehanteerde parketnummers te zien. Aan cassatieschriftuur gehecht document wekt ernstig vermoeden dat hof de verdachte achteraf bezien ten onrechte n-o heeft verklaard in zijn h.b. Uit dat stuk volgt immers dat er wel appelschriftuur is ingediend waarop hof (ervan uitgaande dat daarin grieven zijn geformuleerd) acht had moeten slaan. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/03145 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03144
Datum 16 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 augustus 2023, nummer 23-001051-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat C.M. Peeperkorn bij schriftuur en aanvullende schrifturen een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2025.
Conclusie 26‑08‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep door het hof vanwege ontbreken van grieven. Aan de cassatieschriftuur is een screenshot van een door de rechtbank gestempelde appelschriftuur gehecht. Die appelschriftuur wekt het ernstige vermoeden dat het hof de verdachte achteraf bezien ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak en terugwijzing, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/03144
Zitting 26 augustus 2025
CONCLUSIE
M.E. van Wees
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.
Inleiding
1.1
De verdachte is bij arrest van 1 augustus 2023 door het gerechtshof Amsterdam1.niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. C.M. Peeperkorn, advocaat in Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
2.1
Het middel klaagt dat het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep. Daartoe voert het middel aan dat er - anders dan het hof heeft vastgesteld – wel degelijk een appelschriftuur houdende grieven is ingediend.
2.2
Het hof heeft ten aanzien van de ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep het volgende overwogen:
“Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.”
2.3
Aan de cassatieschriftuur is een document gehecht. Dat document betreft een ‘screenshot’ van een (voorpagina van een) appelschriftuur van mr. A. Vogelaar. Die appelschriftuur is gestempeld door de griffie van de rechtbank Noord-Holland op 17 april 2023. Aan de herkomst van het in cassatie overgelegde document behoeft mijns inziens redelijkerwijs niet te worden getwijfeld. Daaraan doet niet af dat het gerechtshof bij brief van 20 februari 2024 heeft medegedeeld dat een appelmemorie mét datumstempel zich niet in het dossier van het hof bevindt. Uit de (aanvullende) cassatieschriftuur is immers op te maken dat het gaat om een afbeelding van het digitale dossier van de rechtbank. Op de afbeelding is ook in de bovenbalk van de digitale applicatie een van de in eerste aanleg gehanteerde parketnummers te zien.
2.4
Het door de steller van het middel aan de cassatieschriftuur gehechte document wekt het ernstige vermoeden dat het hof de verdachte achteraf bezien ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep. Uit dat stuk volgt immers dat er wel een appelschriftuur is ingediend waarop het hof - ervan uitgaande dat daarin grieven worden geformuleerd - acht had moeten slaan.
2.5
Dit brengt mee dat het middel slaagt.
Afronding
3.1
Het middel slaagt.
3.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
3.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 26‑08‑2025