Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/2.4.5.2:2.4.5.2 Objectieve noodzakelijkheid
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/2.4.5.2
2.4.5.2 Objectieve noodzakelijkheid
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183448:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Richtsnoeren handhavingsprioriteiten overweging 28.
Richtsnoeren handhavingsprioriteiten overweging 29. De Commissie tekent hierbij wel aan dat het normaal de taak van de overheid is om voor de volksgezondheid en veiligheid normen vast te stellen en deze te doen naleven.
GvEA EG 12 december 1991, T-30/89, Jur. 1991 p. II-1439, ro. 118 (Hilti); GvEA EG 6 oktober 1994, T-83/91, Jur. 1994 p. II-755, ro. 83-84 (Tetrapak II).
Richtsnoeren handhavingsprioriteiten overweging 30.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de tweede plaats kan een onderneming met een machtspositie haar gedraging ook rechtvaardigen wanneer zij kan aantonen dat deze objectief noodzakelijk is of aanzienlijke efficiëntieverbeteringen oplevert die opwegen tegen eventuele concurrentieverstorende effecten voor gebruikers.1 De beoordeling of een gedraging objectief noodzakelijk en evenredig is, wordt beantwoord op basis van externe factoren zoals veiligheids- of gezondheidsoverwegingen.2 In dat kader is van belang dat het Hof heeft bepaald dat het zeker niet aan de onderneming die een machtspositie inneemt is om op eigen initiatief maatregelen te nemen om producten die zij al of niet terecht als gevaarlijk of althans van mindere kwaliteit dan haar eigen producten beschouwt, te elimineren.3
Voor een geslaagd beroep op de rechtvaardiging op basis van efficiëntieverbeteringen dient de onderneming aan de hand van controleerbare gegevens aan te tonen dat aan elk van de volgende vier voorwaarden is voldaan:
De efficiëntiewinsten zijn of worden waarschijnlijk behaald als gevolg van de gedraging.
De gedraging dient onmisbaar te zijn voor de verwezenlijking van de efficiëntiewinsten.
De efficiëntiewinst moet opwegen tegen de te verwachten negatieve gevolgen voor mededinging en welvaart van de gebruikers.
De gedraging mag de daadwerkelijke mededinging niet geheel uitschakelen in de zin dat geen concurrentie meer resteert en ook geen voorzienbare dreiging van toetreding bestaat.4
Deze vier voorwaarden vertonen veel gelijkenissen met de vier voorwaarden voor vrijstelling van het kartelverbod die ik besprak in par. 2.3.2.2.