Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/5.5.c:5.5.c Toelaatbaarheid onder verdragsrecht
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/5.5.c
5.5.c Toelaatbaarheid onder verdragsrecht
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS608334:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het verdragsrecht garandeert niet dat het gehele beroep volledig wordt onderzocht voordat daarover een einduitspraak wordt gegeven. Evenmin vereist het verdragsrecht inhoudelijke beoordeling van het beroep indien niet aan redelijke ontvankelijkheidsvoorwaarden is voldaan, zoals termijneisen of vereisten aan het aanwenden van beroep.1 Verkorte behandeling van het beroep indien evident niet aan toegangsvoorwaarden is voldaan, verkort bovendien de duur van het strafproces en is daarom op grond van het recht op een eerlijk proces zelfs positief te waarderen.
Zelfs een meer voor de hand liggend aanknopingspunt voor kritiek op niet-uitputtend onderzoek in hoger beroep, namelijk de eis van proper examination onder artikel 6 EVRM, verzet zich mijns inziens uiteindelijk niet tegen dergelijk verkort onderzoek.2 Het vereiste van proper examination koppelt het EHRM namelijk steevast aan ingediende grieven. Naar ingediende grieven of onderzoekswensen moet behoorlijk onderzoek worden verricht, ambtshalve onderzoek van het beroep lijkt artikel 6 EVRM niet te vereisen. In gevallen waarin niet-ontvankelijkverklaring van het beroep plaatsvindt ‘zonder onderzoek van de zaak zelf’ zijn juist geen grieven ingediend. Daar komt bij dat een arrest inhoudende niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in elk geval gebaseerd moet en zal zijn op het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, hoe kort ook, en in zoverre van onderzoek blijk wordt gegeven. Ik geloof niet dat het EHRM de eis van proper examination geschonden zal achten indien het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard omdat geen grieven zijn ingediend en een hof blijk geeft van eigen onderzoek naar het beroep.
Voor de normering van onderzoek in hoger beroep lijkt tot slot nog het ‘vereiste’ van full and thorough evaluation of the relevant factors relevant. Ik schrijf ‘vereiste’ tussen aanhalingstekens, omdat het volgens mij een nog vraag is of het EHRM inderdaad in elke zaak controleert op het plaatsvinden van volledig en grondig onderzoek dan wel dat de formulering veeleer duidt op zeer uitzonderlijke en casuïstische toetsing door het EHRM van de inhoud van de strafzaak.3 Wat er van die twijfel ook zij, in de zaak Lalmahomed/Nederland achtte het EHRM het onderzoek van de verlofrechter in feite onder de maat, omdat ontlastende informatie daarin onvoldoende was betrokken.