Einde inhoudsopgave
Besluit Ondernemingsfaciliteiten
3.5 Creditering bij omzetting van een onderneming. Fiscale oudedagsreserve.
Geldend
Geldend vanaf 06-11-2024
- Redactionele toelichting
Gecorrigeerd via een rectificatie (23-01-2025).
- Bronpublicatie:
17-10-2024, Stcrt. 2024, 34456 (uitgifte: 05-11-2024, regelingnummer: 2024-10969)
- Inwerkingtreding
06-11-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-10-2024, Stcrt. 2024, 34456 (uitgifte: 05-11-2024, regelingnummer: 2024-10969)
- Vakgebied(en)
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
Voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2˚, WBR is onder meer vereist dat de inbreng van het ondernemingsvermogen in de NV of BV plaatsvindt tegen toekenning van aandelen (zie artikel 5, eerste lid, UBBR). Naast de toekenning van aandelen is een creditering aan de inbrenger van een bedrag in geld mogelijk van maximaal 10% van de waarde van hetgeen op de aandelen is gestort (zie artikel 5, tweede lid, UBBR).
Als de omzetting voor de inkomstenbelasting plaatsvindt met toepassing van artikel 3.65 Wet IB 2001 (geruisloze omzetting), kan de waarde van de creditering worden gesteld op het bedrag waarvoor de ondernemer op grond van de aan de geruisloze omzetting verbonden voorwaarden wordt gecrediteerd (zie artikel 5, tweede lid, UBBR).
Als bij de omzetting van een onderneming een bestaande fiscale oudedagsreserve wordt omgezet in een lijfrente op de voet van artikel 3.128 Wet IB 2001, wordt dit niet als een creditering aangemerkt.