Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/7.1
7.1 Inleiding
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS502394:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Ook matiging van de schadevergoeding op grond van artikel 6:109 BW kan niet geheel worden uitgesloten indien toekenning van volledige schadevergoeding ‘tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden’. Mij zijn echter geen gevallen bekend waarin de overheid in het kader van onjuiste informatieverstrekking een (succesvol) beroep op dit artikel heeft gedaan. Matiging blijft in dit hoofdstuk dan ook verder buiten bespreking, ook omdat de Hoge Raad in algemene zin terughoudendheid voorschrijft bij de matiging van een schadevergoedingsverplichting (zie bijvoorbeeld HR 28 mei 1999, NJ 1999/510, r.o. 3.3.2 (G./H.) en HR 14 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR0220, NJ 2007/481 m.nt. J. Hijma, r.o. 3.5.4 (Ahold/Staat)), en omdat de gezichtspunten die (weliswaar niet-limitatief, maar toch) in artikel 6:109 lid 1 BW worden genoemd (de aard van de aansprakelijkheid, de tussen partijen bestaande rechtsverhouding en hun beider draagkracht) eerder tegen matiging van de schadevergoedingsverplichting van de overheid pleiten dan ervoor.
In de vaststelling dat de overheid een tot schadevergoeding verplichtende onrechtmatige daad heeft gepleegd door onjuiste informatie te verstrekken, ligt besloten dat is voldaan aan de eisen van onrechtmatigheid, toerekenbaarheid en relativiteit. De laatste afslagen op de weg naar het verkrijgen van schadevergoeding voor onrechtmatig (bestuurs)handelen worden gevormd door de eisen van causaal verband en schade. Voor het aannemen van aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad jegens een ander is immers vereist dat die ander schade heeft geleden en dat de onrechtmatige daad de oorzaak (causa) van die schade is. In artikel 6:162 lid 1 BW is dit tot uitdrukking gebracht door het gebruik van de bewoordingen dat de pleger van een onrechtmatige daad (slechts) verplicht is om de schade te vergoeden die de ander dientengevolge lijdt. Slechts die schade die is ontstaan als gevolg van de onrechtmatige daad, en die daaraan redelijkerwijs kan worden toegerekend (overeenkomstig artikel 6:98 BW), komt in beginsel voor vergoeding in aanmerking. In beginsel, omdat het nog geboden kan zijn om de schadevergoeding te verminderen wegens eigen schuld van de benadeelde aan het ontstaan van de schade (op grond van artikel 6:101 BW) of om een voordeel dat de benadeelde heeft genoten, te verrekenen met de schade (op grond van artikel 6:100 BW).1
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de causaliteits- en schadeaspecten van vorderingen uit onrechtmatige informatieverstrekking. Op voorhand verdient opmerking dat de rechtspraak ter zake onvoldoende houvast biedt om daaruit een vastomlijnd kader voor de beoordeling van deze aspecten af te leiden. In de literatuur is tot op heden evenmin veel aandacht besteed aan de leerstukken van causaal verband, schade en eigen schuld in de context van onjuiste informatieverstrekking. Dat verbaast enigszins, gezien de hoeveelheid gepubliceerde (lagere) rechtspraak over onjuiste informatieverstrekking en het feit dat de gedaagde overheid veelal mede verweer voert op het vlak van causaal verband en schade, en soms ook op het punt van eigen schuld. Het gaat dan ook om aspecten die niet alleen in juridisch opzicht van groot belang zijn, in de zin dat het instellen van een schadevergoedingsvordering geen zin heeft zonder schade die in een oorzakelijk verband staat met de aansprakelijkheid scheppende gebeurtenis, maar ook in praktisch opzicht. De eisen van causaal verband en schade reflecteren – veel meer dan de eisen van onrechtmatigheid, toerekenbaarheid en relativiteit – waar het de benadeelde daadwerkelijk om te doen is: vergoeding van schade die het gevolg is van een bepaald, door de benadeelde als onwenselijk ervaren, overheidshandelen.
Dit hoofdstuk is het laatste voordat een synthese van het overheidsaansprakelijkheidsrecht voor het verstrekken van onjuiste informatie wordt gepresenteerd in hoofdstuk 8. Voordat daaraan wordt toegekomen, wordt in dit hoofdstuk onder ogen gezien wanneer een causaal verband tussen onrechtmatige informatieverstrekking en de gestelde schade moet worden aangenomen. Hiertoe wordt een aantal deelvragen van causaal verband behandeld in paragraaf 7.2 . Op het snijvlak tussen causaal verband en schade bevindt zich de problematiek van causaliteitsonzekerheid, die in paragraaf 7.3 aan de orde komt. Vervolgens behandelt paragraaf 7.4 de vergoedbaarheid van enkele schadesoorten aan de hand van de tweedeling tussen het positief en negatief belang. In paragraaf 7.5, ten slotte, wordt bezien wanneer aanleiding zou kunnen bestaan om een eenmaal vaststaande schadevergoedingsverplichting van de overheid op de voet van artikel 6:101 BW te corrigeren wegens enkele situaties van eigen schuld aan de zijde van de benadeelde.