JWB 2004/283
Internationaal privaatrecht, tenuitvoerlegging buitenlands vonnis, exequaturverlening, verzet
HR 09-07-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9495
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 juli 2004
- Zaaknummer
C03/071HR
- LJN
AO9495
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2004:AO9495, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑07‑2004
ECLI:NL:HR:2004:AO9495, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 09‑07‑2004
- Wetingang
Art. 36 EEX-Verdrag; art. 2 lid 1 Uitvoeringswet EEX-Verdrag; art. 985 Rv e.v.
Essentie
Internationaal privaatrecht, tenuitvoerlegging buitenlands vonnis, exequaturverlening, verzet
Samenvatting
Casus
De verweerster in cassatie heeft zich met een verzoekschrift tot de president van de Rechtbank gewend en verzocht het exequatur op een ‘Versäumnis-Urteil’ van een Duitse rechter te verlenen. De president heeft bij een beschikking het exequatur verleend. Hiertegen is de eiser tot cassatie in verzet gekomen. De verweerster in cassatie heeft het verzet bestreden. De Rechtbank heeft bij een vonnis de eiser tot cassatie niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet.
Rechtsvraag
In cassatie staat de beoordeling van het verzet tegen de beschikking van de President van de Rechtbank centraal. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.