Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/15.4.2.3.1:15.4.2.3.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/15.4.2.3.1
15.4.2.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS498350:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel het criminal charge-begrip weinig helder want feitelijk/juridisch van aard is en een precieze omschrijving daarvan niet kan worden gegeven, lijken er toch significante verschillen te bestaan tussen het Straatsburgse beïnvloedings- en het Nederlandse verwachtingscriterium. Terwijl het EHRM nagaat wanneer sprake is van wezenlijke beïnvloeding door de autoriteiten van de positie van de verdachte, sluit de HR voor het ‘charge’-moment consequent aan bij de redelijke, geobjectiveerde verwachting van de verdachte dat hij zal worden vervolgd. Meer precies gaat het om twee aspecten van het verwachtingscriterium die de aandacht trekken, te weten de objectivering van de verwachting van de verdachte omtrent het risico van bestraffing (§ 15.4.2.3.2) en de koppeling van deze verwachting met een (voor de verdachte kenbare) handeling van de autoriteiten (§ 15.4.2.3.3).