De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie
Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/6.1:6.1 Inleiding
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS387385:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige hoofdstuk is uiteengezet op welke wijze Nederland, Duitsland en België art. 16 Tiende Richtlijn in hun nationale recht hebben geïmplementeerd. Geen aandacht is besteed aan de mogelijke consequenties die een grensoverschrijdende fusie heeft voor de vennootschappelijke medezeggenschapsrechten van Nederlandse werknemers. Anders geformuleerd en in vraagvorm: beschermt art. 16 Tiende Richtlijn wat vanuit Nederlands perspectief moet worden beschermd? De beantwoording van deze vraag staat centraal in dit hoofdstuk. Er zijn twee relevante invalshoeken.
De eerste invalshoek heeft betrekking op de situatie voorafgaand aan de fusie (paragraaf 6.2). Vanuit het perspectief van de Nederlandse werknemer vallen de structuurbevoegdheden en het spreekrecht onder de Europese definitie van medezeggenschap. Deze medezeggenschapsrechten kunnen zich in verschillende gedaantes manifesteren. In een vennootschap kunnen meerdere organen aan medezeggenschap zijn onderworpen en is het mogelijk dat de (centrale) ondernemingsraad bij de benoeming van één lid van de raad van commissarissen of het bestuursorgaan zowel een aanbevelings- als een spreekrecht heeft. Typisch Nederlands is ook de toepassing van de structuurregeling binnen concernverband. Ons concernrecht kent met de structuurregeling een fijnmazig systeem van doortellingen en gehele of gedeeltelijke uitzonderingen. In paragraaf 6.2 wordt onderzocht hoe de kenmerken van het Nederlandse medezeggenschapsrecht zich verhouden tot de systematiek van art. 16 Tiende Richtlijn. Alleen indien de Nederlandse medezeggenschapsrechten binnen de systematiek zijn toe te passen, genieten zij de bescherming van art. 16 Tiende Richtlijn.
De tweede invalshoek ziet op de situatie na de fusie (paragraaf 6.3). De toepassing van art. 16 Tiende Richtlijn heeft tot een bepaald resultaat geleid en dat resultaat moet een plek krijgen in de bestuursstructuur van de uit de fusie ontstane vennootschap. Bedacht moet worden dat art. 16 Tiende Richtlijn slechts de medezeggenschap beschermt. De overige vennootschappelijke elementen – zoals de taken en bevoegdheden van de leden op wier benoeming de medezeggenschap betrekking heeft – worden na de fusie vormgegeven door het nationale vennootschapsrecht waaraan de uit de fusie ontstane vennootschap is onderworpen. Dit geldt ook voor de bestuursstructuur. Er doen zich geen problemen voor indien de hoofdregel van art. 16 Tiende Richtlijn in werking treedt. In dat geval geldt het medezeggenschapsrecht (mits aanwezig en aan de criteria is voldaan) zoals dat reeds een plek heeft binnen het toepasselijke nationale vennootschapsrecht. Het is gecompliceerder wanneer het alternatieve regime de uitkomst van art. 16 Tiende Richtlijn bepaalt. Het alternatieve regime kan leiden tot een medezeggenschapssysteem waarmee het toepasselijke vennootschapsrecht onbekend is. Het medezeggenschapssysteem moet desondanks worden toegepast. Ik onderzoek in paragraaf 6.3 in hoeverre het vennootschapsrecht van Nederland, Duitsland en België aan vennootschappen mogelijkheden biedt de bescherming van Nederlandse medezeggenschapsrechten te omzeilen.