25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/20.1:20.1 Inleiding
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/20.1
20.1 Inleiding
Documentgegevens:
prof. mr. dr. J.E. van den Brink, prof. mr. drs. W. den Ouden, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. dr. J.E. van den Brink, prof. mr. drs. W. den Ouden
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1993/94, 23700, A, p. 23 (punt. 6.3).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze bijdrage vertellen wij het verhaal van het algemene Nederlandse subsidierecht dat twintig jaar geleden werd opgenomen in titel 4.2 van de Awb om de subsidiëring van wenselijk geachte maatschappelijke activiteiten beter te reguleren. Ondanks het feit dat sommigen de regeling ‘topzwaar’ vonden,1 deed de subsidietitel aanvankelijk waarvoor zij was bedoeld; zij uniformeerde en normeerde op grote schaal de subsidierelaties tussen bestuursorganen en burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Nu, twee decennia later, zien wij de omgekeerde beweging: steeds meer ‘subsidies’ worden buiten Awb-bereik geplaatst, door de wetgever, bestuursorganen én de bestuursrechter. Daardoor dreigt de toepasselijkheid van subsidietitel 4.2 van de Awb op subsidierelaties van regel, uitzondering te worden. Dat geeft te denken. Wat heeft deze tendens veroorzaakt en hoe reageert de Awb-wetgever? Doet zij niets en geeft zij daarmee haar subsidie-ambities op? Accepteert zij dat de subsidietitel van de Awb slechts daar geldt waar bijzondere wetgever en het bestuur dat wenselijk, of bestuursrechters dat noodzakelijk achten? Of reageert zij op de huidige ontwikkelingen met een wetgevingsoffensief?