NJB 2026/366
Bedrijfsopvolgingsregeling. Bezitseis ten aanzien van onderneming.
HR 30-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:137
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 januari 2026
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
24/01608
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:137, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2024:1114, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
- Wetingang
(Artikel 35d van de Successiewet 1956)
Essentie
Bedrijfsopvolgingsregeling. Bezitseis ten aanzien van onderneming.
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘Bezitseis
5.1
Bij de beoordeling van de (…) middelen moet het volgende worden vooropgesteld.
5.1.1
Uit artikel 35d, lid 1, aanhef en letter c, van de SW volgt dat voor toepassing van de BOR op een schenking van aanmerkelijkbelangaandelen is vereist dat de schenker deze aandelen ten minste vijf jaren voorafgaande aan de schenking onafgebroken in bezit heeft gehad (directebezitstermijn), en dat de vennootschap waarvan de aandelen worden geschonken ten minste vijf jaren een onderneming heeft gedreven (indirectebezitstermijn).
5.1.2
Zoals de Hoge Raad in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.