Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/4.3
4.3 Rechterlijke samenwerking
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS494615:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Beslagsyllabus augustus 2012, p. 1.
Teuben 2004, p. 3. Bovend'Eert, 2010, p. 17. Cleiren en Schoep noemen in dit verband het realiseren van het gelijkheidsbeginsel: Cleiren & Schoep 2001, p. 5.
Volgens de agenda moet de materiële rechtseenheid de komende jaren worden vergroot. ‘Voor de procedurele rechtseenheid wordt verder gewerkt aan procesreglementen en werkprocessen’ (…), p. 7. De Agenda van de Rechtspraak 2011-2014 evalueert deze doelstelling en komt tot de conclusie dat sprake is van een gerealiseerde procedurele rechtseenheid en een in beperkte mate verbeterde materiële rechtseenheid (p. 8 en 11). Zowel de gerechtshoven als de eerste lijn spant zich in om de materiële rechtseenheid verder te vergroten. De hoven door het overleg tussen appèlinstanties en eerste aanleg in alle sectoren te intensiveren, professionele ontmoetingen te organiseren en op management niveau overleggen te voeren. De eerste lijn door themamiddagen en conferenties te organiseren en door blijvende aandacht te houden voor jurisprudentieoverleg (p. 16).
Agenda van de Rechtspraak 2011-2014, p. 8 respectievelijk p. 22 en 24.
In het Jaarplan Rechtspraak 2011 en 2012 is in het kader van aansluiting bij behoeften in de samenleving het vergroten van de materiële rechtseenheid opgenomen: de gerechtshoven krijgen hierin een leidende rol, onder meer door intensivering van overleg tussen eerste aanleg en appèlinstanties (p. 19 respectievelijk p. 16).
Verslag 2009-2010 van de Hoge Raad der Nederlanden, p. 3. (Idem: Barendrecht 2002/94). Voorts: vorderingen tot cassatie in het belang der wet (art. 78 lid 1 RO) hebben met name tot doel rechtsontwikkeling en rechtseenheid te bevorderen (p. 89). De Hoge Raad kent sinds maart 2009 een Commissie cassatie in het belang der wet, die de taak heeft om te kijken of met een ruimere toepassing van dit rechtsmiddel de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling in het civiele recht kan worden bevorderd (p. 92). De verslagen 2007 en 2008 spreken in het kader van de taak van de Hoge Raad over een natuurlijke plicht van de cassatierechter aan de top om de eenheid van het recht te bevorderen (p. 27).
Dat ook deze taak (in de huidige praktijk) leidt tot verschuivingen binnen de Trias politica, is onder meer aan de orde gesteld door Abas. Deze stelt dat de Hoge Raad zich, naast de wetgever, steeds meer gaat gedragen als rechtsvormer: Abas 2008. Ook Kop beschrijft de veranderende benadering van de Trias politica in samenhang met het primaat van algemene regelgeving: de auteur bespreekt de visie van diverse wetenschappers op de rechtsvormende taak van de Hoge Raad, variërend van problematisch (Koopmans) tot ‘geen enkel punt’ (Vranken): Kop 2011.
Voorbeelden zijn: het straf(proces)recht (de Oriëntatiepunten voor straftoemeting en overige LOVS-afspraken, het Landelijk aanhoudingenprotocol, de Aandachtspunten schorsing voorlopige hechtenis), in het bestuursrecht (de Procesregeling bestuursrecht 2010, Procesregeling belastingkamers gerechtshoven 2010), het burgerlijk (proces)recht (Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de recht banken, Procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken gerechtshoven, Tremanormen, Aanbevelingen ontbinding arbeidsovereenkomst, ofwel de Kantonrechtersformule, Liquidatietarief, Beslagsyllabus).
Zie ook Agenda van de Rechtspraak 2008-2011, p. 5: ‘Om de materiële rechtseenheid te vergroten zullen voorzieningen worden getroffen, vooral voor grote aantallen zaken waarin geen hoger beroep of cassatie mogelijk is en voor grote aantallen zaken die zich in een korte periode aandienen bij de gerechten en die naast een gelijke behandeling ook om een snelle afhandeling vragen.’
De officiële benaming: ‘Aanbevelingen Kring van Kantonrechters’.
Rechtersregelingen vormen een species van het algemener verschijnsel van rechterlijke samenwerking. Deze samenwerking bestaat uit afstemming tussen rechters, die in de praktijk op diverse manieren en niveaus plaatsvindt. Hieronder vallen zowel informele als geïnstitutionaliseerde overlegvormen tussen rechters binnen eenzelfde sector, alsook overleg tussen bijvoorbeeld rechtbanken en hoven. De onderwerpen van overleg zijn divers en liggen op een breed spectrum, van individuele zaken enerzijds, tot de beoordeling van zaken in het algemeen (de wijze waarop in toekomstige gevallen gehandeld en beslist zal worden) anderzijds. Dit laatste wordt ook wel aangeduid met de term beleid. De Beslagsyllabus vermeldt dat de hierin opgenomen afspraken moeten worden beschouwd als een vorm van rechterlijk beleid.1 Dit betekent dat de bepalingen die in de Beslagsyllabus zijn opgenomen de bedoeling hebben om, los van de beslissing in een individuele zaak, algemene regels te geven over de wijze waarop de beoordeling van beslagrekesten dient plaats te vinden.
Het doel van de diverse vormen van rechtelijke samenwerking is het bevorderen van rechtsgelijkheid en rechtseenheid2 (ook wel samen genoemd onder de noemer kwaliteit) en het bevorderen van efficiency. Het bevorderen van de rechtseenheid is al enige tijd een belangrijke doelstelling binnen de Rechtspraak, zo is onder meer te lezen in de Agenda van de Rechtspraak 2008-2011. Het gaat hierbij om een streven naar een ‘zo groot mogelijke procedurele rechtseenheid op alle rechtsgebieden’.3 De Agenda van de Rechtspraak 2011-2014 vermeldt dat het er hierbij om gaat dat verschillen in procedure en/of uitkomst moeten kunnen worden verklaard vanuit het gehanteerde toetsingskader en de eigenheid van het voorliggende geschil en niet vanuit de individualiteit van de rechter of het gerecht. Een en ander moet de komende jaren worden gerealiseerd doordat de gerechtshoven de leiding nemen bij de vergroting van de materiële rechtseenheid binnen de kaders die de Hoge Raad stelt.4 Ook de Jaarplannen Rechtspraak 2011 en 2012 vermelden de doelstelling van het vergroten van de materiële rechtseenheid.5 Het verslag 2009-2010 van de Hoge Raad der Nederlanden6 noemt als taak voor de Hoge Raad om, naast het verlenen van rechtsbescherming, de eenheid van het recht te bevorderen en bij te dragen aan de rechtsontwikkeling.7
Inmiddels is het bestaan van rechtersregelingen op vele rechtsgebieden een feit.8 Zij richten zich met name op onderwerpen die in de praktijk van de rechtspraak vaak voorkomen en zich daarmee lenen voor enige vorm van standaardisering.9 Bekende voorbeelden van regelingen in het burgerlijk (proces)recht zijn de zogenoemde Kantonrechtersformule10 die regels geeft voor ontslagvergoedingen, en de Tremanormen die betrekking hebben op de hoogte van alimentatieverplichtingen. Ook de Beslagsyllabus, als een van de verschijningsvormen van rechterlijke samenwerking, is een rechtersregeling binnen het burgerlijk (proces)recht en dient de hiervoor genoemde doelstelling van het bevorderen van de rechtseenheid.