Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/11.3.3
11.3.3 Arrest Anterist/Crédit Lyonnais
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS419264:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 24 juni 1986, zaak 22/85, Anterist/Crédit Lyonnais, Jur. 1986, p. 1951; NJ 1987, 656.
Gaudemet-Tallon, Rev Crit 1987, p. 142 en AG Darmon, HvJ EG 24 juni 1986, zaak 22185, Anterist/ Crédit Lyonnais, Jur. 1986, p. 1955.
Schultsz, noot onder HvJ EG 24 juni 1986, zaak 22185, Anterist/Crédit Lyonnais, Jur. 1986, p. 1951, NJ 1987, 656, p. 2247; noot Huet bij Cour de Cassation 4 december 1990, Clunet 1992, p. 199; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-312-316 en Verheul WPNR 1987 (5818), p. 110.
Tot zover een theoretische beschouwing. Welke benadering — objectief of subjectief volgt het Hof van Justitie? Het enige arrest van het Hof van Justitie over art. 17 lid 4 Verdrag is het arrest Anterist/Crédit Lyonnais.1
Het Hof van Justitie en de Advocaat-Generaal volgen in dit arrest geen van de benaderingen uitdrukkelijk. Uit rechtsoverweging 14 kan echter worden afgeleid dat het Hof van Justitie de subjectieve benadering prefereert, omdat het Hof van Justitie in het voetspoor van de Advocaat-Generaal het beginsel van partij-autonomie voorop stelt en zoekt naar de gemeenschappelijke wil van partijen om één van de partijen te bevoordelen.2 Het Hof van Justitie zoekt derhalve niet naar objectieve factoren. Tevens blijkt uit rechtsoverweging 14 dat het Hof van Justitie voor bevoordeling het moment van het sluiten van de overeenkomst, en niet het inleiden van de procedure, beslissend acht. Weliswaar laat het Hof van Justitie de omstandigheden een rol spelen, maar het Hof van Justitie voegt daaraan toe dat het moet gaan om de omstandigheden waaronder de overeenkomst is gesloten. Uit de tweede zin van rechtsoverweging 14 blijkt eveneens dat het standpunt wordt verworpen dat het moet gaan om een expliciete forumkeuze ten gunste van één van de partijen. De begunstiging moet aan de hand van meerdere factoren worden vastgesteld. De tekst van de forumkeuze is slechts één van de factoren. De uitleg van het Hof van Justitie leidt tot een restrictieve uitleg van art. 17 Verdrag.3Art. 17 lid 1 Verdrag is het uitgangspunt. Het Hof van Justitie beschouwt art. 17 lid 4 Verdrag als een uitzondering. Een restrictieve uitleg ligt dan voor de hand.
Het Hof van Justitie noemt drie criteria om bevoordeling vast te stellen. Tegelijkertijd geeft het Hof van Justitie voor de eerste twee criteria in totaal drie voorbeelden. De gemeenschappelijke wil om één van de partijen te bevoordelen moet blijken uit:
De letter van de overeenkomst; of
Het geheel van de aan de overeenkomst te ontlenen aanwijzingen; of
De omstandigheden waaronder de overeenkomst is gesloten;
Bij deze drie criteria merk ik het volgende op. Uit het woord 'moet' blijkt dat het gaat om een limitatieve opsomming. Andere omstandigheden, zoals precontractuele verhoudingen en de positie van partijen kunnen in beginsel geen rol spelen. Toch is het limitatieve aantal criteria geen reële beperking, omdat de criteria B en C open zijn. Uit de woorden 'dan wel' dient te worden afgeleid dat het gaat om alternatieven. De criteria gelden derhalve niet cumulatief. In de volgende paragraaf komen de drie criteria aan de orde.