Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.6.3.1:II.6.3.1 Plan B: feitelijk leidinggeven
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.6.3.1
II.6.3.1 Plan B: feitelijk leidinggeven
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460465:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige subparagraaf heb ik betoogd dat in geval van overlap, het functionele plegerschap in de regel de meest geëigende figuur is om een leidinggevende aansprakelijk te stellen voor een milieudelict. Toch zijn er ook gevallen waarin een deelnemingsfiguur duidelijk meerwaarde heeft ten opzichte van plegen. Er is namelijk niet altijd overlap; de aangesproken leidinggevende vervult niet altijd zélf alle bestanddelen van het delict.
Zo stelde ik dat leidinggevenden doorgaans normadressaat zijn van het geschonden milieuvoorschrift, maar dit is niet altijd het geval. Bijvoorbeeld, een leidinggevende die relatief laag in de hiërarchie staat, zal waarschijnlijk niet kunnen worden aangemerkt als vergunninghouder/drijver van de inrichting, waardoor de verplichting voor de naleving van de vergunningsverplichtingen die gelden voor de inrichting niet op hem of haar persoonlijk rust.1 En zoals ik al aangaf in de vorige paragraaf, is het vervullen van het subjectieve bestanddeel bij een milieumisdrijf ook geen automatisme. Bovendien kan niet altijd worden bewezen dat de betrokken leidinggevende alle bestanddelen van de objectieve zijde van het delict (al dan niet via toerekening) vervult.
In de situaties die centraal staan in dit proefschrift – dus bij het aanspreken van een leidinggevende voor bedrijfsmatige milieuovertredingen – is feitelijk leidinggeven dan doorgaans de beste tweede keus. Deze aansprakelijkheidsfiguur is immers in het leven geroepen om natuurlijke personen aansprakelijk te stellen als er zich misstanden in de rechtspersoon voordoen. Leidinggevenden zijn in een positie die bevoegdheid en gehoudenheid met zich kunnen brengen om in te grijpen bij verboden gedraging, en milieunormen bevatten dikwijls een zorgplicht voor leidinggevenden die noopt tot voldoende toezicht en het nemen van adequate maatregelen om een milieuovertreding te voorkomen of te beëindigen.
De figuur feitelijk leidinggeven is geschikt voor veel verschillende typen rechtspersonen. In geval van kleine, overzichtelijke rechtspersonen kan aantoonbaar sprake zijn van het actief en effectief bevorderen van de verboden gedraging, en waar dat in grotere en complexere rechtspersonen lastig is om een dergelijke directe vorm van feitelijk leidinggeven te bewijzen kan worden teruggevallen op de Slavenburgtoets. De Slavenburg-toets is immers geformuleerd met dergelijke ondernemingen in het achterhoofd en toegesneden op meer indirecte vormen van betrokkenheid bij de verboden gedraging.2 Een bijkomend praktisch voordeel van feitelijk leidinggeven, ook ten opzichte van plegen, is dat er al jurisprudentie bestaat waarin leidinggevenden (van grotere bedrijven) worden aangesproken als feitelijk leidinggever aan milieudelicten.