De bevrijdende verjaring
Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/19:19 Inleiding
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/19
19 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS370148:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik heb die opzet in de inleiding uitgewerkt aan de hand van het voorbeeld van de stuitende werking van de aanvankelijke eis ten behoeve van het later bij vermeerdering van eis nader gevorderde. Zie § 3.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het doel van dit derde deel is tweeledig. In de eerste plaats beoogt het ten behoeve van de praktijk een aantal specifieke verjaringsvragen te beantwoorden. Ten tweede is het te beschouwen als een 'stijloefening', in die zin dat het laat zien hoe men, redenerend vanuit het doel en de rechtvaardiging van verjaring, verjaringsproblemen kan oplossen; de hoop is dat de hier gedemonstreerde denkwijze ook buiten de besproken kwesties vruchten kan afwerpen1
Ik behandel met name art. 3:310 BW, het stuitingsrecht en het verjaringsregime van de WAM. Deze keuze is ingegeven doordat op die gebieden in de praktijk tot dusverre de meeste vragen leven. Naar enkele andere aspecten zal ook aandacht uitgaan: de art. 3:306, 3:307, 3:311 BW, verjaring in geval van productenaansprakelijkheid en de verjaring van de directe actie in het verzekeringsrecht. De behandeling is daar minder uitvoerig, eenvoudig omdat de problemen minder talrijk zijn.
Verjaringsbepalingen waarover ik meende niet 'verdiepend' te kunnen schrijven, heb ik buiten beschouwing gelaten. In veel gevallen zijn de tekst van de wet, de parlementaire geschiedenis en het commentaar in de handboeken voldoende duidelijk. Intussen is het uiteraard niet zo dat ik pretendeer alle praktische verjaringsproblemen waarover nadere gedachtevorming mogelijk of wenselijk is te hebben besproken; ik meende daar in het kader van een enkel deel van dit proefschrift ook niet naar te hoeven streven.