De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/1.6:1.6 Opzet boek (inclusief verhouding tot ‘Zitten, luisteren en schikken’)
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/1.6
1.6 Opzet boek (inclusief verhouding tot ‘Zitten, luisteren en schikken’)
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS369131:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De opbouw van dit boek is als volgt. In hoofdstuk 2 geef ik een kort overzicht van de belangrijkste wetenschappelijke inzichten op het gebied van procedurele rechtvaardigheid. Dit hoofdstuk dient ter onderbouwing van de resultaten van dit onderzoek die betrekking hebben op rechtvaardigheid.
Hoofdstuk 3 geeft een chronologisch overzicht van de zitting: wat gebeurt er voorafgaand aan de zitting (instructie, verwachtingen van procesdeelnemers), wat gebeurt er tijdens de zitting (tijdsindeling, uitleg en informatie, het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een schikking, het opstellen van het proces-verbaal) en wat gebeurt er na afloop (vervolg van de procedure)?
In hoofdstuk 4 staat het bereik van de wettelijke doelen centraal (deelvraag 1) en wordt ingegaan op de vraag of de percepties van partijen, advocaten en rechters ten aanzien van het wettelijk doelbereik verschillen (deelvraag 2). In hoofdstuk 5 komt aan de orde wat de persoonlijke doelen van partijen, advocaten en rechters voor de zitting zijn (deelvraag 3) en in welke mate de doelen van deze drie groepen bereikt worden (deelvraag 4). De rechtvaardigheidspercepties van partijen en advocaten staan centraal in hoofdstuk 6 (deelvraag 5). In dat hoofdstuk wordt ook duidelijk hoe goed rechters de door partijen ervaren rechtvaardigheid kunnen inschatten (deelvraag 6). In hoofdstuk 7 komt de vraag aan de orde of er verband bestaat tussen het wettelijk doelbereik, het persoonlijk doelbereik en de rechtvaardigheidspercepties in de huidige zittingspraktijk (deelvraag 7).
De hoofdstukken 3 tot en met 7 van dit boek zijn vooral beschrijvend van aard. Ik geef weer wat de empirische bevindingen zijn, maar laat — op een enkele uitzondering na — de interpretatie/verklaring van die bevindingen over aan de lezer.
Hoofdstuk 8 bevat drie aandachtspunten voor verbetering van de huidige zittingspraktijk (deelvraag 8). In hoofdstuk 9 komen vervolgens verbetervoorstellen aan de orde die tot op heden binnen Nederland voor de comparitie na antwoord of in Duitsland of de Verenigde Staten voor (enigszins) vergelijkbare zittingen zijn gedaan en soms ook zijn doorgevoerd (deelvraag 9). Deze voorstellen dienen als inspiratie bij het formuleren van een goede zittingsaanpak voor comparitierechters vanuit het perspectief van doelbereik en rechtvaardigheid in hoofdstuk 10 (deelvraag 10). Tot slot maak ik enkele concluderende opmerkingen, waarin ik de belangrijkste lijnen van dit onderzoek in een breder verband plaats en enkele suggesties doe voor toekomstig onderzoek.
De inhoud van het rapport ‘Zitten, luisteren en schikken’ (Van der Linden, 2008) — dat ik in opdracht van de Raad voor de Rechtspraak heb geschreven is ook in dit boek opgenomen. In vergelijking met dat rapport zijn de volgende hoofdstukken en paragrafen nieuw of aanzienlijk gewijzigd in dit boek:
Hoofdstuk 1: paragraaf 1.2, 1.3, 1.5.5, 1.5.7 en 1.5.8;
Hoofdstuk 2: paragraaf 2.1.4 en 2.2;
Hoofdstuk 3: paragraaf 3.5, 3.7.3, 3.7.4 en 3.8;
Hoofdstuk 4: paragraaf 4.2.1;
Hoofdstuk 5;
Hoofdstuk 7;
Hoofdstuk 9;
Hoofdstuk 10;
Concluderende opmerkingen.
Vanwege de leesbaarheid gebruik ik in dit boek alleen de hij-vorm in plaats van hij/zij. Daarnaast duid ik, ook in verband met de leesbaarheid, de comparitie na antwoord (zoveel mogelijk) aan als ‘de zitting’. De literatuur is tot 1 januari 2010 meegenomen in dit boek.