T&C Huurrecht, commentaar op UHW:Inleidende opmerkingen
T&C Huurrecht, commentaar op UHW
Inleidende opmerkingen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het huurprijzenrecht van woonruimte is geregeld in twee wetten, het BW en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (UHW). Het BW bevat het materiële huurprijzenrecht en de UHW het processuele huurprijzenrecht. De verschillende in het BW geregelde mogelijkheden tot toetsing van de huurprijs, de hoogte van de aangezegde huurverhoging, de kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten, alsmede — indien van toepassing — de energieprestatievergoeding, worden verder uitgewerkt in de UHW. Bepalingen die met zekere regelmaat moeten (kunnen) worden gewijzigd, zoals het woningwaarderingsstelsel, de lijsten met gebreken, de maximale huurverhogingspercentages, de puntprijzen ter berekening van de maximale huurprijsgrens, het overzicht van de servicekosten en de berekening van de redelijke energieprestatievergoeding zijn in AMvB (het BHW, het Besluit Gebreken, het Besluit servicekosten en het Besluit energieprestatievergoeding huur) en ministeriële regeling (de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte) neergelegd.
De huurprijsregeling voor woonruimte is ingrijpend gewijzigd door de invoering en verlenging van de Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten en de invoering van de Wet betaalbare huur en de Wet vaste huurcontracten, terwijl met de Wet goed verhuurderschap toezicht door de gemeente op de naleving van huurprijsregels bij woonruimte is ingevoerd. Voorts dienen huurprijswijzigingsbedingen getoetst te worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen. Daarnaast is het de bedoeling dat de Wet modernisering servicekosten (Stb. 2025, 156) per 1 januari 2026 in werking treedt. Zie daarover de Inleidende opmerkingen bij onderafdeling 2 (Huurprijzen en andere vergoedingen), titel 7.4.5 BW en art. 7:259 BW, aant. 1 onder c.
Overgangsrecht Wet betaalbare huur voor UHW
Voor de UHW en de Uitvoeringsbesluiten verdient vermelding dat de wijzigingen ten gevolge van de Wet betaalbare huur, het Besluit betaalbare huur en het Besluit modernisering woningwaarderingsstelsel onzelfstandige woonruimte (Stb. 2024, 193, 194, 195) per 1 juli 2024 direct van toepassing zijn op alle huurovereenkomsten, met uitzondering van het nieuwe art. 10 lid 4 UHW: art. 48 UHW bepaalt dat op huurovereenkomsten voor middeldure woonruimte als bedoeld in art. 1 lid 1 Huisvw die zijn gesloten voor de inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur art. 10 lid 3UHW van toepassing blijft. Zie voorts over het overgangsrecht de Inleidende opmerkingen bij onderafdeling 2 van titel 7.4.5 BW.
4. Dwingend recht
Op grond van art. 50 UHW is de UHW van dwingend recht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
T&C Huurrecht, commentaar op UHW
Inleidende opmerkingen
Y.A.M. Jacobs, actueel t/m 01-03-2026
01-03-2026
07-08-2018 tot: -
Y.A.M. Jacobs
T&C Huurrecht, commentaar op UHW
Corona (V)
Huurrecht / Huur van woonruimte
Huurrecht / Huurprijzen
corona
Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte regeling
1. Algemeen: verhouding BW/UHW
Het huurprijzenrecht van woonruimte is geregeld in twee wetten, het BW en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (UHW). Het BW bevat het materiële huurprijzenrecht en de UHW het processuele huurprijzenrecht. De verschillende in het BW geregelde mogelijkheden tot toetsing van de huurprijs, de hoogte van de aangezegde huurverhoging, de kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten, alsmede — indien van toepassing — de energieprestatievergoeding, worden verder uitgewerkt in de UHW. Bepalingen die met zekere regelmaat moeten (kunnen) worden gewijzigd, zoals het woningwaarderingsstelsel, de lijsten met gebreken, de maximale huurverhogingspercentages, de puntprijzen ter berekening van de maximale huurprijsgrens, het overzicht van de servicekosten en de berekening van de redelijke energieprestatievergoeding zijn in AMvB (het BHW, het Besluit Gebreken, het Besluit servicekosten en het Besluit energieprestatievergoeding huur) en ministeriële regeling (de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte) neergelegd.
2. Indeling en opbouw UHW
De UHW behandelt in hoofdstuk I-IV de volgende onderwerpen: de begripsomschrijvingen en reikwijdte van de UHW (hoofdstuk I; art. 1-3), de instelling, inrichting, samenstelling en taken van de huurcommissie en de aan de Staat verschuldigde vergoeding (hoofdstuk II; art. 3a-8), de verhuurderbijdrage (hoofdstuk IIA; art. 8a-8g), de toetsingscriteria en uitspraken van de huurcommissie (hoofdstuk III; art. 9-19aa), geschillen voortvloeiend uit de Wet op het overleg huurders verhuurder (art. 19a), de bescherming van de persoonsgegevens bij een huurverhoging op grond van inkomen (hoofdstuk IIIA; art. 19b) en de voorzittersuitspraken (hoofdstuk IV; art. 20). De werkwijze van de huurcommissies wordt vervolgens in hoofdstuk V behandeld (art. 21-45) en in hoofdstuk VI zijn de overgangs- en slotbepalingen opgenomen (art. 46-56). Voor de nadere regels aangaande huurprijzen en andere vergoedingen zijn met name art. 9-19 UHW van belang, omdat in die artikelen de toetsingscriteria zijn opgenomen. In het commentaar bij art. 10 wordt ingegaan op de woningwaarderingsstelsels in de bijlagen bij het BHW (in het bijzonder op de aspecten in de woningwaarderingsstelsels voor zelfstandige en onzelfstandige woonruimte). Art. 9 en 10 UHW zijn algemene bepalingen, en de daaropvolgende bepalingen vormen uitwerkingen van het BW: art. 7:249 BW (art. 11 en 12 UHW), art. 7:253 BW (art. 13 UHW), art. 7:254 BW (art. 14 UHW), art. 7:255 BW (art. 15 UHW), art. 7:257 BW (art. 16 UHW), art. 7:258 BW (art. 17 UHW), art. 7:260 BW (art. 18 UHW), art. 7:261 BW (art. 19 UHW) en art. 7:261a BW (art. 19bis UHW) en het voor deze BW-artikelen (uitgezonderd art. 7:261a BW) geldende art. 17a UHW.
3. Recente wetswijzigingen
De huurprijsregeling voor woonruimte is ingrijpend gewijzigd door de invoering en verlenging van de Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten en de invoering van de Wet betaalbare huur en de Wet vaste huurcontracten, terwijl met de Wet goed verhuurderschap toezicht door de gemeente op de naleving van huurprijsregels bij woonruimte is ingevoerd. Voorts dienen huurprijswijzigingsbedingen getoetst te worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen. Daarnaast is het de bedoeling dat de Wet modernisering servicekosten (Stb. 2025, 156) per 1 januari 2026 in werking treedt. Zie daarover de Inleidende opmerkingen bij onderafdeling 2 (Huurprijzen en andere vergoedingen), titel 7.4.5 BW en art. 7:259 BW, aant. 1 onder c.
Overgangsrecht Wet betaalbare huur voor UHW
Voor de UHW en de Uitvoeringsbesluiten verdient vermelding dat de wijzigingen ten gevolge van de Wet betaalbare huur, het Besluit betaalbare huur en het Besluit modernisering woningwaarderingsstelsel onzelfstandige woonruimte (Stb. 2024, 193, 194, 195) per 1 juli 2024 direct van toepassing zijn op alle huurovereenkomsten, met uitzondering van het nieuwe art. 10 lid 4 UHW: art. 48 UHW bepaalt dat op huurovereenkomsten voor middeldure woonruimte als bedoeld in art. 1 lid 1 Huisvw die zijn gesloten voor de inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur art. 10 lid 3UHW van toepassing blijft. Zie voorts over het overgangsrecht de Inleidende opmerkingen bij onderafdeling 2 van titel 7.4.5 BW.
4. Dwingend recht
Op grond van art. 50 UHW is de UHW van dwingend recht.