FED 2025/62
Vrijgestelde vergoedingen en verstrekkingen worden tot het loonbegrip gerekend voor de vaststelling van de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding.
HR 04-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:508, m.nt. mr. dr. B.M.M. Didden
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 april 2025
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Cools, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
24/01203
- Conclusie
A-G Pauwels
- Noot
mr. dr. B.M.M. Didden
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD14760:1
- Vakgebied(en)
Loonbelasting / Kostenvergoeding
Loonbelasting / Werkkostenregeling
Loonbelasting / Eindheffing
Loonbelasting / Loon
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:508, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1422, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑12‑2024
- Wetingang
Essentie
Vrijgestelde vergoedingen en verstrekkingen worden tot het loonbegrip gerekend voor de vaststelling van de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding.
Samenvatting
X (belanghebbende) heeft in 2018 en 2019 aan een werknemer vertrekvergoedingen ex artikel 32bb Wet LB 1964 betaald. Dit naar aanleiding van het beëindigen van de dienstbetrekking in 2018 tussen X en de werknemer. Ten tijde van zijn dienstbetrekking kwam de werknemer in aanmerking voor de 30%-regeling (artikel 31a, lid 2, letter e Wet LB 1964).
Aan X is een naheffingsaanslag opgelegd in verband met de pseudo-eindheffing ter zake van de (excessieve) vertrekvergoedingen. X heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.