Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/5.5.5
5.5.5 Het Cartesio-arrest
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS365762:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Deze arresten werden voorafgegaan door HvJ EG 27 september 1988, C-81/87 (Daily Mail), HvJ EG 9 maart 1999, C-212/97 (Centros), HvJ EG 5 november 2002, C-208/00 (Uberseering), HvJ EG 30 september 2003, C-167/01 (Inspire Art), HvJ EG 13 december 2005, C-411/ 03 (Sevic) en HvJ EU 29 november 2011, C-371/10 (National Grid). Op 25 oktober 2017 wees het Hof arrest inzake Polbud – Wykonawstwo (HvJ EU 25 oktober 2017, C-106/16). Hierin werd bepaald dat voor een grensoverschrijdende omzetting niet is vereist dat ook economische activiteit wordt verricht of zal worden verricht in de ontvangende lidstaat. Zie ook 5.5.6.
Zie r.o. 111 en 112.
De twee voor grensoverschrijdende omzetting bepalende arresten van het Hof, het Cartesio-arrest en het VALE-arrest, kwamen niet uit de lucht vallen. Deze arresten vormen vooralsnog het sluitstuk van een ontwikkeling in de rechtspraak van het Hof.1
In het Cartesio-arrest deed het Hof een uitspraak over grensoverschrijdende omzetting, zij het vanuit de lidstaat van vertrek (dus de lidstaat waarvan het recht de vennootschap beheerste voordat de grensoverschrijdende omzetting had plaatsgevonden). Het ging hier om een vennootschap naar Hongaars recht die haar zetel naar Italië wilde verplaatsen, maar daarbij tevens ingeschreven wilde blijven als een door Hongaars recht beheerste vennootschap. Dit laatste werd door de Hongaarse autoriteiten geweigerd. Het Hof oordeelde dat een dergelijke weigering niet in strijd is met de vrijheid van vestiging.
Het belang van het Cartesio-arrest is echter gelegen in de overweging van het Hof die over de omzetting gaat. Het Hof overwoog dat de eis van de lidstaat van oprichting van een vennootschap dat de omzetting van die vennootschap naar het recht van een andere lidstaat (die een dergelijke omzetting toestaat) niet zonder voorafgaande ontbinding en liquidatie kan plaatsvinden, een beperking van de vrijheid van vestiging van die vennootschap vormt. Als de lidstaat waarheen de vennootschap uit reist een regeling van internationale omzetting toestaat, mag de lidstaat van waaruit de vennootschap vertrekt dit niet belemmeren. Deze dient de vennootschap vrijelijk ‘uit te laten reizen’.2 Deze uitspraak richt zich tot de lidstaat van vertrek. De vraag rees of de redenering van het Hof ook zou gelden voor de ‘lidstaat van ontvangst’ van een om te zetten vennootschap.