Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/6.1.0:6.1.0 Introductie
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/6.1.0
6.1.0 Introductie
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS305853:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk paragraaf 5.2.
In het LOVCK-rapport (2010, p. 9) wordt dit niet als een zich in de praktijk vaak voordoende situatie ingeschaald.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
204.
Vereist het beginsel van effectieve rechtsbescherming dat artikel 23 Rv terzijde wordt gesteld teneinde de effectiviteit van het EU-recht te waarborgen? Het antwoord op deze vraag luidt ontkennend. De beantwoording van deze vraag hangt af van de vraag of het EU-recht ergens in de procedure voor de overheidsrechter daadwerkelijk ter sprake heeft kunnen komen.1 Artikel 23 Rv belemmert dat niet. Immers, als de eisende partij een toereikende vordering instelt, dan kan het EU-recht gewoon ter sprake komen. Behoudens andere, bijzondere vereisten die ertoe leiden dat het EU-recht aan de overheidsrechter wordt onttrokken, leidt toepassing van artikel 23 Rv er niet toe dat EU-recht niet ter sprake kan komen in een civiele procedure.
205.
In de voorgaande twee hoofdstukken bleek dat het consumentenrecht een bijzondere positie inneemt binnen de ambtshalve toepassing van het EU-recht. Kan de rechter ook vasthouden aan artikel 23 Rv wanneer hij zich geconfronteerd ziet met een eisende consument? Meestal zal artikel 23 Rv de toepassing van consumentenbeschermende bepalingen niet verhinderen. Immers, in het grootste deel van de onder de reikwijdte van een consumentenbeschermende richtlijn vallende zaken is de consument niet de eisende partij. Artikel 23 Rv betreft de bescherming voor de gedaagde partij. Per saldo zal een rechthebbende eiser zich met een ontoereikende vordering alleen zelf in een nadelige positie manoeuvreren. Dan is het buiten toepassing laten van artikel 23 Rv op grond van het beginsel van effectieve rechtsbescherming niet nodig. Maar een eisende partij kan ook consument zijn. Al in de eerste zaak waarin de consument als eisende partij optrad en een prejudiciële verwijzing naar het HvJ EU volgde, de zaak Rampion, kwam deze kwestie meteen aan de orde.2 Om te kunnen aangeven of de rechter ook dan kan vasthouden aan artikel 23 Rv worden de twee kenmerkende aspecten van dat artikel getoetst: de rechter mag niet meer of anders toewijzen dan gevorderd, en het initiatief voor de inzet van de procedure rust bij partijen.