RI 2016/53
Fixatiebeginsel. Ongerechtvaardigde verrijking van de begunstigde? (Consument/Bank)
KIFID 24-11-2015, GC-14-00477 (Uitspraak)
- Instantie
Klachteninstituut Financiële Dienstverlening
- Datum
24 november 2015
- Magistraten
Mrs. prof. M.L. Hendrikse, W.H.G.A. Filott mpf, drs. R. Knopper
- Zaaknummer
GC-14-00477
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS923177:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
- Brondocumenten
Uitspraak, Klachteninstituut Financiële Dienstverlening, 24‑11‑2015
- Wetingang
Art. 23 Fw; art. 6:212 BW; art. 19 lid 3 ABV 2009
Essentie
Fixatiebeginsel. Ongerechtvaardigde verrijking. Bank.
Bij creditering van een rekening van een begunstigde na het faillissement van de betalende partij kan de curator het betaalde van de bank terugvorderen. Werkt art. 19 lid 3 ABV 2009 om dit te kunnen voorkomen? Voor zover niet, kan de bank haar schade verhalen bij de begunstigde op de voet van ongerechtvaardigde verrijking?
Samenvatting
In deze Kifid-uitspraak verkoopt een consument bitcoins. Hij wordt betaald vanaf een Duitse bankrekening bij Deutsche Postbank. Enige tijd na de betaling vraagt Deutsche Postbank via DNB aan de betrokken Nederlandse bank om de bedragen terug te boeken van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.