Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/5.2.2
5.2.2 De Wet milieugevaarlijke stoffen
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS355050:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Regelen ter bescherming van mens en milieu tegen gevaarlijke stoffen en preparaten (Wet milieugevaarlijke stoffen), Kamerstukken II 1980/81, 16 800. Stb. 1985, 639 (i.w.tr. Stb. 1986, 10).
Stb. 2007, 181, art. IX (i.w.tr. Stb. 2007, 182).
Art. 1 lid 1 Wms.
Art. 1 lid 2 Wms.
Art. 1 lid 3 Wms.
Art. 2 Wms.
Art. 3 Wms.
Art. 4 lid 1 Wms.
Art. 4 lid 5 Wms.
Art. 8 lid 1 Wms.
Art. 8 lid 2 Wms.
Art. 17 Wms.
Art. 20 lid 1 Wms.
Art. 20 lid 2 Wms.
Art. 22 Wms.
Art. 23 Wms.
Art. 24 Wms.
Art. 34 Wms.
Art. 56 Wms. Zie daarover Van den Broek, Bedrijf- en milieuverslag 1993, p. 11-13.
Art. 72 Wms.
Art. 73 Wms.
De Wms is op 1 februari 1986 in werking getreden1 en op 1 juni 2008 ingetrokken.2 Deze wet bevatte regels ter bescherming van mens en milieu tegen de gevolgen van gevaarlijke stoffen en preparaten. Op 31 mei 2008 kende de Wms 9 hoofdstukken, die hierna kort - en omwille van de leesbaarheid in de tegenwoordige tijd - worden toegelicht.
Hoofdstuk 1 Algemeen bevat definities en een zorgplicht. Zo worden onder stoffen verstaan chemische elementen en hun verbindingen, zoals deze voorkomen in de natuur of door toedoen van de mens worden voortgebracht. Preparaten zijn mengsels of oplossingen van stoffen.3 Onder stoffen worden niet begrepen voedings- en genotmiddelen, alsmede diervoeders.4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepalingen van de Wms of onderdelen daarvan van toepassing worden verklaard op micro-organismen.5 De zorgplicht is gericht tot ieder die beroepshalve een stof of een preparaat vervaardigt, aan een ander ter beschikking stelt, dan wel in Nederland invoert of toepast. Wie weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen met die stof of dat preparaat gevaren kunnen optreden voor mens of milieu, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die gevaren zoveel mogelijk te beperken.6
Hoofdstuk 2 Kennisgeving bevat regels over de kennisgeving. Degene die voornemens is ertoe over te gaan een stof te vervaardigen of, al dan niet verwerkt in een preparaat, in Nederland in te voeren, is verplicht van dat voornemen schriftelijk kennis te geven aan de minister van VROM.7 Degene die de kennisgeving doet is verplicht daarbij bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens schriftelijk over te leggen met betrekking tot de mogelijke effecten van de stof op mens of milieu.8 Ook is hij verplicht voor het verkrijgen van die gegevens onderzoek te verrichten tenzij hij reeds op andere wijze over de vereiste gegevens kan beschikken.9 Het is verboden een stof te vervaardigen of, al dan niet verwerkt in een preparaat, in Nederland in te voeren zonder dat een kennisgeving is gedaan.10 Het is degene die een stof vervaardigt verboden die stof, al dan niet verwerkt in een preparaat, aan een ander ter beschikking te stellen zonder dat een kennisgeving is gedaan.11Hoofdstuk 2 bevat voorts regels over de bekendmaking van de kennisgeving, aanvullende meldingen en onderzoeken en overige bepalingen, zoals de verplichting om de gegevens bij een kennisgeving ten minste 10 jaar te bewaren.12
Hoofdstuk 3 Onderzoek bevat onder meer regels over nieuwe kennis en belangrijke nieuwe toepassingen. Indien degene die beroepshalve stoffen of preparaten vervaardigt, in Nederland invoert, toepast of aan een ander ter beschikking stelt, met betrekking tot die stof of dat preparaat nieuwe kennis verkrijgt, waaruit ernstige gevaren voor mens of milieu blijken of redelijkerwijs kunnen worden afgeleid, moet hij dat aan de minister van VROM melden.13 Een soortgelijke verplichting bestaat als genoemde persoon kennis verkrijgt van een belangrijke nieuwe toepassing van een stof of preparaat.14 De minister van VROM stelt een lijst van aandachtsstoffen en -preparaten op. Met betrekking tot die stoffen is ieder die beroepshalve bepaalde handelingen verricht met een aandachtsstof of -preparaat -zoals vervaardigen of invoeren - verplicht medewerking te verlenen aan onderzoek naar het voorkomen, de toepassing en de verspreiding van die stoffen en preparaten in Nederland.15 In bepaalde gevallen kan de minister van VROM een opdracht geven om onderzoek te doen naar de gevaren van een stof of preparaat voor mens of milieu.16
Hoofdstuk 4 Maatregelen bevat de wettelijke grondslag voor het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels. Als een redelijk vermoeden is gerezen dat door handelingen met stoffen of preparaten ongewenste effecten zullen ontstaan voor mens of milieu, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, vervoeren, uitvoeren en zich ontdoen van deze stoffen en preparaten. Die regels kunnen onder meer een verbod betekenen om genoemde handelingen te verrichten.17
Hoofdstuk 4 bevat voorts regels omtrent verpakking, aanduiding en aanbeveling. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om stoffen in de categorie ontplofbaar, zeer licht ontvlambaar, kankerverwekkend of mutageen.18 Ten slotte bevat hoofdstuk 4 regels inzake maatregelen in bijzondere omstandigheden.
Hoofdstuk 5 Financiële bepalingen, schadevergoeding en heffingen is reeds per 1 april 1988 vervallen.
Hoofdstuk 6 Beroep op de administratieve rechter vermeldt slechts dat beroep openstaat overeenkomstig artikel 20 Wet milieubeheer.
Hoofdstuk 7 Verdere bepalingen bevat onder meer een bijzondere regeling over geheimhouding van gegevens met het oog op de bescherming van bedrijfsgeheimen.19
Hoofdstuk 8 Handhaving verwijst naar de Wet milieubeheer.
Hoofdstuk 9bevat de gebruikelijke overgangs- en slotbepalingen, zoals de citeertitel20 en het moment van inwerkingtreding.21