Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.4.1:8.4.1 Inleiding
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.4.1
8.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291454:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 13 maart 2008, zaak C-437/06, V-N 20085/14.20 (Securenta).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de paragraaf 8.2 is aan de hand van de jurisprudentie van het Hof van Justitie besproken hoe moet worden vastgesteld of er sprake is van gebruik voor belaste handelingen. Indien kosten deels rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met belastbare handelen (de vierde stap), dan dient de btw op deze algemene kosten gesplitst te worden in een deel dat betrekking heeft op de belastbare handelingen en een deel dat betrekking heeft op de onbelastbare handelingen van de belastingplichtige. Indien de belastbare handelingen van de belastingplichtige niet alleen bestaan in belaste maar ook in vrijgestelde handelingen, dan dient de btw die betrekking heeft op de belastbare handelingen nader gesplitst te worden conform de in paragraaf 8.3 besproken splitsingsregels. Bestaan de belastbare handelingen uitsluitend uit belaste handelingen, dan is deze nadere splitsing niet aan de orde. Van gebruik voor belaste handelingen is geen sprake indien de kosten deels rechtstreeks samenhangen met uitsluitend vrijgestelde belastbare handelingen. In dat geval is de in deze paragraaf besproken splitsingsexercitie derhalve niet nodig.
In deze paragraaf wordt ingegaan op de wijze waarop die btw gesplitst moet worden in een deel dat toerekenbaar is aan de belastbare handelingen en een deel dat toerekenbaar is aan de onbelastbare handelingen. In het Securenta-arrest heeft het Hof geoordeeld dat hiervoor in de Btw-richtlijn geen splitsingsregels zijn opgenomen en dat het aan de lidstaten is om hierin te voorzien.1 De bewoordingen en de historie van de in art. 173 tot en met 175 Btw-richtlijn opgenomen splitsingsregels bieden naar mijn mening geen steun voor dit oordeel. In paragraaf 8.4.2 zal daarom eerst aandacht worden geschonken aan hetgeen hierover uit de richtlijnbepalingen en haar historie is af te leiden. Vervolgens komt in paragraaf 8.4.3 de ‘draai’ die het Hof van Justitie aan deze bepalingen heeft gegeven aan bod. In paragraaf 8.4.4 wordt kort ingegaan op – of beter: het gebrek aan – deze splitsingsregels in de nationale wetgeving van de lidstaten. Vervolgens wordt in paragraaf 8.4.5 nader ingegaan op de toepassing van de Securenta-knip in Nederland. In paragraaf 8.4.6 wordt de balans opgemaakt.