De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.2.4:16.2.4 Uitvoerende, niet-uitvoerende en andere typen bestuurders
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.2.4
16.2.4 Uitvoerende, niet-uitvoerende en andere typen bestuurders
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS368567:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voluit: Wet van 6 juni 2011 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van regels over bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen. Stb. 2011, 275. Niet te verwarren met de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen.
Art. 2:129/239 lid 1 BW.
Hof Amsterdam (OK) 8 april 2014, ARO 2014/94 (AAA Auto Group).
Vgl. Hof Amsterdam (OK) 4 juli 2016, JOR 2016/299 m.nt. De Mol (De Gelderhorst).
Zie par. 2.3.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht1 in 2013 biedt de wet een expliciete basis voor de zogeheten one-tier board.2 Een vennootschap met een one-tier board verschilt van het standaard type in de zin dat in de statuten een onderscheid wordt gemaakt tussen uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders. Bij vennootschappen die geen gebruik maken van deze mogelijkheid spreekt men gewoon over “bestuurders”. Daarnaast verruimde de Wet Bestuur en Toezicht ook de mogelijkheid om de bestuurstaken en -bevoegdheden in de statuten per bestuurder te differentiëren.3 Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het toekennen van specifieke bevoegdheden aan de voorzitter van het bestuur.
De ondernemingskamer stelt sinds jaar en dag veelvuldig tijdelijk bestuurders aan, waarmee dan wordt bedoeld: bestuurders waarvoor in de statuten geen specifiek takenpakket is vastgesteld. In de AAA Auto Group-beschikking4 stelde de ondernemingskamer een niet-uitvoerende bestuurder aan. Mijns inziens zou de ondernemingskamer ook een uitvoerende bestuurder hebben kunnen benoemen, zij het dat dit minder snel proportioneel zal zijn (zie daarover par. 16.6.1). Hetzelfde geldt met betrekking tot andere in de statuten gecreëerde bestuursfuncties met bijzondere bevoegdheden. Denkbaar is bijvoorbeeld dat de voorzitter van het bestuur wordt geschorst en tijdelijk een bestuurder wordt aangesteld die de functie van voorzitter zal bekleden.5 Het is wenselijk dat uit de beschikking waarin de bestuurder wordt aangesteld duidelijk is wat voor type bestuurder wordt aangesteld. De tijdelijke bestuurder, overige orgaanleden en derden die zaken doen met de vennootschap dienen immers te weten waar zij aan toe zijn en met wie ze te maken hebben.
In de AAA Auto Group-beschikking had de desbetreffende vennootschap reeds een one-tier board. Dit is echter niet vereist voor de tijdelijke aanstelling van een (niet-)uitvoerende bestuurder. De voor een one tier board vereiste statutaire basis kan bij wijze van (onmiddellijke) voorziening tijdelijk worden ingevoerd.
Daarnaast was in de AAA Auto Group-beschikking specifiek verzocht om de benoeming van een niet-uitvoerende bestuurder. Dat kan mijns inziens ook indien een dergelijk verzoek ontbreekt, nu de ondernemingskamer ook andere (onmiddellijke) voorzieningen kan treffen dan verzocht.6
Een andere vraag is of een tijdelijk aangestelde bestuurder een bestuurder met een specifiek takenpakket is, zoals bijvoorbeeld een niet-uitvoerende bestuurder dat ook is. Zo in zijn algemeenheid moet die vraag ontkennend worden beantwoord. Indien alle overige bestuurders zijn geschorst of ontslagen, rust immers de gehele bestuurstaak op de schouders van de tijdelijke bestuurder. Dat neemt niet weg dat de tijdelijke bestuurder in voorkomende gevallen een specifiek takenpakket kan worden toebedeeld (zie hierover par. 16.3.4, 16.7.4.2 en 16.8.4).