RAR 2018/151
Vervaltermijn. Is het beroep van de werkgever op de vervaltermijn ex art. 7:686a lid 4 onderdeel a BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
Hof Den Haag 31-07-2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1862
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
31 juli 2018
- Magistraten
Mrs. J.M.T. van der Hoeven-Oud, M.J. van der Ven, M. Flipse
- Zaaknummer
200.231.527/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS929673:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2018:1862, Uitspraak, Hof Den Haag, 31‑07‑2018
- Wetingang
Art. 7:686a lid 4 onderdeel a BW
Essentie
Vervaltermijn.
Is het beroep van de werkgever op de vervaltermijn ex art. 7:686a lid 4 onderdeel a BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
Samenvatting
Werknemer is op 4 november 2016 door Media Markt op staande voet ontslagen. Op 14 augustus 2017 heeft werknemer een verzoek ingediend bij de kantonrechter tot vernietiging van het ontslag op staande voet. De kantonrechter heeft werknemer niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek, nu hij dit niet heeft ingediend binnen de in art. 7:686a lid 4 onderdeel a BW genoemde vervaltermijn van twee maanden na de dag waarop de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.