Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/9.3.1
9.3.1 De civiele procedure in de Verenigde Staten bij federale rechtbanken
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS369130:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit betreft 12 Circuit Courts die bevoegd zijn kennis te nemen van zaken binnen een bepaald (geografisch) gebied en de Court ofAppeals for the Federal Circuit, die bevoegd is kennis te nemen van een aantal soorten vorderingen, zoals vorderingen die gericht zijn tegen bepaalde bestuursorganen.
Voor een recent rapport over de omvang van discovery in federale zaken en de kosten daarvan, zie: Lee BI & Willging, 2009.
Status conferences worden met name gebruikt bij complexe zaken die lang duren, zodat partijen en advocaten het overzicht op de zaak houden.
Zie de Civil Litigation Management Manuel (2001) op: http://www.fjc.gov/public/pdf.nsf/lookup/ civlitigOl.pdf/Sfile/civlitig01.pdf.
Magistrate judges worden op grond van paragraaf 631 van de 28 US Code (http://www.law.comell. edu/uscode/28/631.html) door (een meerderheid van) de federale rechters van een District Court benoemd om hen bij te staan in hun verplichtingen. Magistrate judges worden voor een periode van vier (parttime) of acht jaar (fulltime) benoemd, waarbij herbenoeming mogelijk is.
Die bevoegdheid hebben zij op grond van artikel 16 van de Federal Rules of Civil Procedure.
Persoonlijke communicatie met Donna Stienstra, werkzaam bij het Federal Judicial Center.
Er bestaat in de Verenigde Staten ook kritiek op deze zogenoemde effectiviteit van case management, zeker na de beslissing van het US Supreme Court in de zaak Bell Atlantic tegen Twombly. De beslissing van het US Supreme Court in deze zaak heeft ertoe geleid dat er hogere eisen aan de schriftelijke stukken van eisers (vergelijkbaar met de dagvaarding) worden gesteld. Een eiser moet nu namelijk feiten aanvoeren die zijn vordering aannemelijk (in plaats van voorheen: mogelijk) maken om toegang te krijgen tot de verdere procedure.
Het systeem van federale rechtbanken bestaat in de Verenigde Staten uit 94 District Courts (eerste aanleg), 13 Circuit Courts (hoger beroep)1 en het US Supreme Court.2Er bestaan daarnaast op federaal niveau verschillende andere soorten rechtbanken, zoals Bankruptcy Courts, Courts of Federal Claims en the Court of International Trade. Naast de federale rechtbanken bestaan er zogenoemde State Courts. Het procesrecht in civiele zaken bij de federale rechtbanken is in hoofdzaak geregeld in de Federal Rules of Civil Procedure.3Daarnaast kent iedere staat zijn eigen procesrecht (zie o.a. Mullenix, 2007). Het voert te ver om het procesrecht van de verschillende staten hier te beschrijven. Ik beperk mij daarom tot het procesrecht in civiele zaken bij federale rechtbanken.
De civiele procedure bij federale rechtbanken is te onderscheiden in twee fasen: de pretrial fase en de trial fase. De pretrial fase is weer opgebouwd uit drie onderdelen. Ten eerste kunnen beide partijen schriftelijk aangeven wat hun standpunten zijn. Deze schriftelijke ronde, de pleadings, is enigszins vergelijkbaar met de Nederlandse dagvaarding en conclusie van antwoord, al worden aan deze schriftelijke stukken in de Verenigde Staten minder eisen gesteld (Asser & Vranken, 1999).
In het tweede onderdeel van de pretrial fase, de discovery genoemd, hebben partijen het recht om elkaar over en weer aan te spreken om alle relevante feiten en het bewijs voor de zaak te verzamelen (Rule 26 tot en met 37 van de Federal Rules of Civil Procedure). Dit kunnen zij bijvoorbeeld doen door middel van het houden van een soort voorlopig getuigenverhoor in afwezigheid van de rechter (depositions), het overleggen van stukken of door het voorleggen van een serie vragen aan de wederpartij. Vanaf eind jaren ‘70 kwam er steeds meer kritiek op de discovery (Brazil, 1980; Rosenberg, 1988; Rosenberg & King, 1981; Sorensen, 1995; Stempel, 2001; zie box 48).
Box 48: Discovery ingeperkt
Discovery bleek door advocaten (met name in complexe zaken) vaak als tactisch middel te worden ingezet om de procedure te vertragen en de wederpartij op kosten te jagen, soms tot faillissement toe. Tegenwoordig is de discovery daarom meer aan banden gelegd, onder andere door beperking van het aantal toegestane getuigenverklaringen en van het aantal aan de wederpartij voor te leggen vragen, door partijen te verplichten eerst samen een discovery plan op te stellen, door hen te verplichten om uit zichzelf bepaalde informatie te geven (disclosure) en door de rechter meer case management bevoegdheden te geven (Stempel, 2001; Schwarzer, 1989; Schwarzer, 1991)4
Tijdens het laatste onderdeel van de pretrial fase wordt de trial voorbereid en oordeelt de rechter over zogenoemde dispositive motions. Dit zijn verzoeken van (een van de) partijen om te beslissen op een specifiek punt. Zo kunnen partijen de rechter bijvoorbeeld verzoeken om een vordering af te wijzen omdat de wet, zelfs als de feiten de vordering zouden ondersteunen, hier geen enkele remedie (zoals schadevergoeding of een verbod) aan verbindt (motion to dismiss).
De rechter heeft tijdens de gehele pretrial fase de mogelijkheid om pretrial conferences te gelasten voor het stroomlijnen van de procedure (case management) en/of voor het beproeven van een schikking (Rule 16 van de Federal Rules of Civil Procedure). In box 49 zijn de verschillen tussen de Amerikaanse pretrial conference en de Nederlandse comparitie na antwoord weergegeven. De pretrial conference wordt, afhankelijk van het doel van de zitting, ook wel aangeduid als een scheduling conference (om het tijdspad voor de zaak te bepalen), een status conference (om de status van de zaak te bespreken),5 een final pretrial conference (waarin de rechter en advocaten bespreken hoe de trial aangepakt zal worden) of een settlement conference (waarin de rechter een schikking beproeft). De rechter kan op ieder moment tijdens de pretrial fase een settlement conference gelasten en hij kan meerdere settlement conferences in één zaak gelasten.
Box 49: Verschillen tussen de pretrial conference en de comparitie na antwoord
1. Partijen zijn bij pretrial conferences doorgaans niet aanwezig, al heeft de rechter wel de mogelijkheid om de verschijning van partijen te gelasten. Dit moet men begrijpen tegen de achtergrond van de veel grotere dominantie van advocaten (en hun beroepsvereniging, de American Bar Association) in het Amerikaanse rechtssysteem, waarin anders dan in Nederland — ook advisering over recht in principe onder het beroepsmonopolie valt. Daardoor wordt het sneller aanvaardbaar gevonden dat rechtspleging tussen juristen blijft. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat het nog steeds de partijen zijn die uiteindelijk bepalen of er al dan niet geschikt wordt en tegen welke condities.
2. De zaak wordt in het algemeen niet inhoudelijk besproken tijdens een pretrial conference, al wordt die inhoud soms wel geraakt als er procedurele kwesties worden besproken. De pretrial conference wordt dus niet gebruikt om de feiten van de zaak te verhelderen en te bespreken, zoals dat bij de comparitie na antwoord het geval is.
Het komt in de praktijk niet zo vaak voor dat rechters een settlement conference leiden in zaken waarin zij — als partijen er samen niet uitkomen — uiteindelijk moeten beslissen. Dit komt doordat er nogal wat discussie bestaat over de vraag of dat — gezien de mogelijke inbreuk op de (door partijen gepercipieerde) onpartijdigheid van de rechter — wel gepast is. De lijn die uit deze discussie naar voren lijkt te komen, is dat de rechter een schikking mag faciliteren in zijn eigen zaken als er sprake is van een jury trial, maar dat de rechter zich terughoudend moet opstellen als hij de zaak later zelf zal beslissen.6 In dat laatste geval doet hij er goed aan de zaak te verwijzen naar een andere rechter — zogenoemde magistrate judges7hebben zich bij sommige rechtbanken zelfs als ware schikkingsexperts weten te positioneren — of naar een alternatieve manier van geschiloplossing, zoals mediation, arbitrage of early neutral evaluation. In box 50 is een korte beschrijving van early neutral evaluation opgenomen.
Box 50: Een korte beschrijving van early neutral evaluation (Brazil, 2007)
Early neutral evaluation vindt meestal voorafgaand aan de discovery plaats. Partijen en advocaten zijn daarbij aanwezig en belangrijke getuigen of deskundigen mogelijk ook. De bijeenkomst wordt geleid door een neutrale derde, meestal een (op dat vlak) deskundige advocaat. Partijen presenteren hun standpunten en het bewijs waarover zij beschikken. De neutrale derde stelt vragen ter verduidelijking van de standpunten en signaleert waar de kern van het probleem zit. Vervolgens trekt hij zich terug om zijn oordeel over de zaak op te schrijven. Als zijn (voor partijen niet-bindende) uitspraak op papier staat, kunnen partijen ervoor kiezen om onder zijn begeleiding nog met elkaar te onderhandelen. Worden partijen het niet eens, dan helpt deze derde hen een plan voor een goede stroomlijning van de verdere procedure op te stellen.
Op grond van de Altemative Dispute Resolution (ADR) Act of 1998 zijn rechtbanken ook verplicht om een ADR-programma te hebben. Rechters kunnen partijen zelfs verplichten om gebruik te maken van mediation en early neutral evaluation.8Dat blijkt in de praktijk geen dode letter te zijn. De rechterlijke macht is in de Verenigde Staten namelijk sterk gericht op schikken en alternatieve geschillen-beslechting (Resnik, 2002; Welsh, 2001). Welsh (2001) geeft hiervoor een aantal verklaringen (box 51). Overigens wordt in de opleiding van nieuwe rechters in de Verenigde Staten veel aandacht besteed aan vaardigheden die van belang zijn bij het beproeven van een schikking en aan case management.9
Box 51: Drie redenen die Welsh (2001) noemt waarom de rechterlijke macht in de VS sterk gericht is op schikken en alternatieve geschillenbeslechting
1. Schikkingen zijn aantrekkelijk voor rechtbanken, omdat zij een oplossing bieden voor de grote zaakstromen en wachttijden bij rechtbanken.
2. Men beseft bij sommige rechtbanken, dat het beter is als mensen er samen uitkomen dan wanneer de rechtbank hen een bepaald resultaat oplegt. Onderzoek heeft ook uitgewezen dat vaststellingsovereenkomsten beter worden nageleefd dan vonnissen van rechtbanken (Eshuis, 2009; McEwen & Maiman, 1981).
3. Binnen de rechterlijke macht bestaat de opvatting dat partijen zelf het beste in staat zijn om te zien hoe hun geschil het beste opgelost kan worden.
De tweede fase van de civiele procedure bij federale rechtbanken is de trial fase. Dit is een mondelinge fase, waarin partijen hun zaak met bewijs presenteren aan een rechter of jury. Ook tijdens de trial fase onderneemt een rechter soms nog pogingen om partijen het samen eens te laten worden.
Slechts een klein percentage civiele zaken wordt afgedaan via een trial. In de jaren ‘40 was dit 15% van de zaken. In 1962 was dit percentage al gedaald naar 11.5% van de zaken en in 2005 werd nog maar 2% van de civiele zaken via een trial beëindigd (Galanter, 2004; Resnik, 2004). Op basis van deze cijfers kan echter — ondanks de hierboven besproken schikkingsgerichtheid in de Verenigde Staten niet geconcludeerd worden dat de overige zaken eindigen in een schikking of dat het percentage schikkingen in de loop der tijd is toegenomen (Hadfield, 2004; Yeazell, 1994). Hadfield (2004) signaleert bijvoorbeeld dat rechters zaken steeds vaker definitief zijn gaan afdoen in een eerder stadium van de procedure.10 Volgens haar zijn in 2000 bij benadering 40% van de zaken geëindigd in een schikking. Yeazell (1994) wijst erop, dat de introductie van de discovery — een extra en dure fase in de procedure — ertoe heeft geleid dat minder zaken de trial halen.