Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/1.1
1.1 Globaliserende wereld en de douanewaarde
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258320:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit houdt in dat steeds meer internationale handelsstromen plaatsvinden tussen in verschillende landen gevestigde ondernemingen die deel uitmaken van hetzelfde concern (intragroepstransacties); binnen zogenaamde ‘multinationale ondernemingen’. Illustrerend hiervoor is dat tegenwoordig nagenoeg 60% van de wereldhandel in handen is van multinationale ondernemingen. L. Ping & C. Silberztein, Transfer Pricing, Customs Duties and VAT Rules: Can We Bridge the Gap, World Commerce Review 1(1), p. 36.
R.A. Jongeneel, Globalisering – De economische kant, Radix 28(3), p. 203-204.
Een vrijhaven functioneert over het algemeen als overslagcentrum of douane-entrepot gericht op het faciliteren van internationale goederenstromen, waarbij goederen niet worden onderworpen aan invoerrechten.
Vrijhandelszone laat zich in het Engels vertalen als free trade zone en free trade area. Beide begrippen betekenen iets anders. Een free trade zone is een geografisch gebied binnen een jurisdictie waar goederen kunnen worden binnengebracht, opgeslagen, verhandeld en eventueel bewerkt. Een free trade area wordt tot stand gebracht door een multilaterale overeenkomst en houdt in dat de bij het verdrag aangesloten landen onderling geen invoerrechten heffen over de goederen die zich in het vrije verkeer van de free trade area bevinden.
Ten tijde van het schrijven van dit onderzoek lijkt echter een kentering waarneembaar en wordt een hernieuwde opbouw van protectionistische maatregelen waargenomen, waarbij de Verenigde Staten, onder het presidentschap van Donald Trump, een voortrekkersrol vervulden.
Een vrijhandelsakkoord is traditioneel een akkoord waarbij landen afspreken om onderling geheven douanerechten af te schaffen of te verlagen. Steeds vaker maken deze akkoorden deel uit van een groter pakket aan maatregelen gericht op de bevordering van onderlinge handel in goederen (afbraak van tarifaire en niet-tarifaire maatregelen), diensten en investeringen. In dat kader wijs ik bijvoorbeeld op de Comprehensive Economic and Free Trade Agreement gesloten tussen Canada en de Europese Unie en de Economic Partnership Agreement gesloten tussen Japan en de Europese Unie.
De Werelddouaneorganisatie heeft deze inschatting gemaakt op basis van informatie verkregen van diverse bij de Werelddouaneorganisatie aangesloten landen. WCO Guide to Customs Valuation and Transfer Pricing (24 juni 2015, geüpdatet in 2018).
Handelsstromen die mondiaal zijn toegenomen en een groeiende interdependentie tussen nationale economieën en technologische ontwikkelingen (in de transportsector) typeren een proces genaamd ‘economische globalisatie’. Het karakter van de handel heeft zich in de loop van dit proces ontwikkeld. Zo is sprake van intensievere handelsrelaties gebaseerd op een inter-firm principe1 en zijn ondernemingen en productieprocessen niet meer aan een traditionele nationale thuisbasis gebonden, maar hebben zij een sterk internationaal karakter gekregen (zie nader onderdeel 1.4).2 Daarnaast wordt de waarde van goederen in toenemende mate bepaald aan de hand van immateriële rechten zoals royaltyrechten. Ook is sprake van een wereldwijde expansie van internetverkopen door bedrijven aan particulieren (‘B2C e-commerce sales’). Tegelijk met deze ontwikkelingen zijn veel (protectionistische) handelsbelemmeringen afgebouwd. Illustrerend zijn het toegenomen aantal vrijhavens,3 vrije handelszones4 en vrijhandelsakkoorden in de afgelopen decennia.5 Niettemin wordt een internationaal geaccepteerde handelsbelemmering, namelijk het heffen van invoerrechten, nog breed ingezet.6 Sterker, het heffen van invoerrechten kan rekenen op hernieuwde aandacht gelet op ontwikkelingen als het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (‘Brexit’) en de opleving van protectionisme (‘neo-protectionisme’) onder aanvoering van de handelsmaatregelen die door de Trump Administration zijn uitgevaardigd en de daaropvolgende tegenmaatregelen die door onder andere China en de Europese Unie werden ingesteld.
Op het moment dat de hoogte van het verschuldigd invoerrecht moet worden berekend, moet de maatstaf van heffing worden vastgesteld. De maatstaf van heffing voor de berekening van het verschuldigd invoerrecht betreft in beginsel de douanewaarde. In 90% tot 95% van de gevallen wordt de douanewaarde bepaald op basis van de transactiewaarde.7 Deze methode vormt volgens een internationaal geaccepteerd systeem, dat ook in de Europese Unie wordt gehanteerd, de primaire waarderingsmethode ter vaststelling van de douanewaarde. Door de hiervoor genoemde wereldwijde ontwikkelingen staat de toepassing van de transactiewaarde ter bepaling van de douanewaarde onder druk. Het internationaal geaccepteerde systeem ter vaststelling van de douanewaarde is namelijk ingericht op de economische werkelijkheid van de jaren 70 en lijkt slechts in beperkte mate in staat om een antwoord te bieden op de vraag hoe de douanewaarde moet worden bepaald bij opeenvolgende verkopen (welke verkooptransactie is relevant?), bij inter-firm transacties (hoe wordt zorggedragen dat de waarde niet-beïnvloed is?) en wanneer de waarde van de ingevoerde goederen (deels) in immateriële rechten wordt uitgedrukt (hoe moeten deze prijselementen in aanmerking worden genomen?). Deze vragen vormen de belangrijkste deelvragen die aan dit onderzoek ten grondslag liggen en zijn afgeleid uit de probleemstelling die in wezen neerkomt op de vraag hoe de douanewaarde van ingevoerde goederen bij toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen in het huidige tijdsgewricht moet worden bepaald (zie nader onderdelen 1.3 en 1.6).
In het navolgende wordt eerst ingegaan op de maatschappelijke en wetenschappelijke relevantie van dit onderzoek (onderdeel 1.2). Daaropvolgend wordt uiteengezet wat wordt verstaan onder de druk die is ontstaan op de toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen (onderdeel 1.3). In dit onderzoek zal de invloed van de druk die is ontstaan op de toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen telkens geïllustreerd worden aan de hand van productie- en verkoopactiviteiten die door (fiscaal) operationele modellen worden verricht. In onderdeel 1.4 wordt de achtergrond tot herstructurering van (fiscaal) operationele modellen toegelicht en worden de meest gangbare (fiscaal) operationele modellen belast met inkoop-, productie- respectievelijk verkoopactiviteiten voor het voetlicht gebracht. Daaropvolgend wordt het toetsingskader van het onderzoek uiteengezet (onderdeel 1.5). Tot slot wordt ingegaan op de opbouw van het onderzoek, de probleemstelling en de deelvragen (onderdeel 1.6).