Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/6.4.1
6.4.1 Inleiding
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS305234:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Barzel 1997, p. 3, die in een leidend werk over de economische analyse van goederenrechtelijke rechten onderscheid maakt tussen ‘economische goederenrechtelijke rechten’ en ‘juridische goederenrechtelijke rechten’ en zich vervolgens vooral met de eerste bezighoudt. Aan de rol van de overheid bij het opbouwen van niet-goederenrechtelijke subjectieve rechten is in de (Anglo-) Amerikaanse literatuur nog minder aandacht besteed.
Zie bijvoorbeeld Chang 2015b, p. 475, die opmerkt dat vaak wordt vergeten dat juridische posities niet zomaar aan iemand toekomen, maar door de overheid zijn toebedeeld.
Zie meer uitgebreid over dit onderwerp Booms 2019.
229. De overheid kan ervoor kiezen om aan een subjectief gerechtigde extra juridische posities toe te delen. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn (zie randnummer 204 e.v.). Ik werk die hier niet (nogmaals) uit. In plaats daarvan beperk ik me tot een drietal met elkaar samenhangende opmerkingen over de wijze waarop het toedelen van juridische posities door de overheid werkt. Deze hebben achtereenvolgens betrekking op de wijze waarop de overheid juridische posities toedeelt (paragraaf 6.4.2), de juridische posities die in aanmerking komen om te worden toegedeeld (paragraaf 6.4.3) en de vraag hoe dient te worden onderscheiden tussen door de overheid toegedeelde juridische posities die onderdeel worden van het subjectieve recht ten gunste waarvan ze verleend worden en juridische posities waarmee het subjectieve recht wordt aangevuld (paragraaf 6.4.4).
230. In paragraaf 5.4.3 gaf ik al aan dat de rol van de overheid bij het opbouwen van subjectieve rechten in de (Anglo-) Amerikaanse literatuur wat is achtergebleven. (Rechts)economen behandelen goederenrechtelijke rechten als een soort ‘gebruiksrechten’, die ongedefinieerd genoeg zijn om er verschillende economische theorieën op los te laten.1 Wat de precieze herkomst is van de juridische posities waaruit het subjectieve rechtbestaat, is dan minder relevant.2 Dit is een extra reden om in onderstaande paragrafen vooral mijn eigen opvattingen over dit onderwerp uit te werken.3