Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.1.2:5.1.2 Opzet van dit hoofdstuk
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.1.2
5.1.2 Opzet van dit hoofdstuk
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS495126:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In mijn onderzoek naar de vereisten van artikel 6:203 neem ik als vertrekpunt de functie die de vordering uit onverschuldigde betaling heeft in het systeem van het Burgerlijk Wetboek. De invulling van de vereisten van artikel 6:203 e.v. dient te worden afgestemd op deze functie, zodat de gewenste uitkomsten kunnen worden bereikt.
Ik zal daarom eerst in paragraaf 5.2 onderzoeken wat de functies zijn van de vordering uit onverschuldigde betaling. Het zal blijken dat de vordering uit onverschuldigde betaling in twee typen gevallen aanspraak dient te geven op terugbetaling van prestaties. Het eerste type betreft gevallen waarin een rechtsverhouding ontbrak die aanleiding gaf tot het verrichten van de prestatie. Het tweede type betreft gevallen waarin de prestatie is verricht op grond van een gebrekkige rechtsverhouding die moet worden afgewikkeld tussen de partijen bij deze rechtsverhouding.
Vervolgens wordt in paragraaf 5.3 onderzocht wat moet worden verstaan onder de begrippen ‘betaling’ en ‘rechtsgrond’. De uitleg van het begrip ‘prestatie’ dient zo ruim te zijn dat artikel 6:203 betrekking heeft op alle gevallen waarin prestaties zonder rechtsgrond zijn verricht.
Ik onderzoek of dit volgens de heersende leer mogelijk is. Ook onderzoek ik een door Scheltema voorgesteld alternatief voor de heersende leer, dat aan het Duitse recht is ontleend. Ik meen dat beide benaderingen niet voldoen. Het betalingsbegrip van de heersende leer in Nederland wijst niet altijd de partijen aan tussen wie een gebrekkige rechtsverhouding zou moeten worden afgewikkeld met behulp van de vordering uit onverschuldigde betaling. Dat doet zich in het bijzonder voor als een schuldenaar gebruik heeft gemaakt van een hulppersoon. Het alternatieve betalingsbegrip van Scheltema wijst niet de juiste partijen aan in het geval dat een derde ten onrechte meent in opdracht van een schuldenaar te handelen. In beide gevallen blijkt het begrip prestatie te beperkt te worden opgevat.
Aan het einde van paragraaf 5.3 stel ik daarom een nieuwe invulling voor van het begrip ‘betaling’. Deze nieuwe invulling werk ik uit in de daarop volgende paragrafen. In paragraaf 5.4 verdedig ik dat een prestatie een feitelijk, objectief karakter heeft, zoals ook in de heersende leer wordt aangenomen. In aanvulling op de heersende leer verdedig ik dat het verrichten of ontvangen van een prestatie kan worden toegerekend aan een andere partij dan de partij die deze handelingen feitelijk heeft verricht. Daardoor kan in principe iedereen die bij een bepaalde handeling betrokken is geweest, als presterende of ontvangende partij worden aangemerkt. In bepaalde gevallen wordt in deze benadering een te grote kring van personen aangewezen als betalende of ontvangende partij in de zin van artikel 6:203. Een nuancering is daarom noodzakelijk. Deze nuancering dient te worden aangebracht door middel van het begrip ‘rechtsgrond’, dat kan worden opgevat als de rechtvaardiging voor de prestatie. Het ontbreken van een rechtvaardiging voor de prestatie is een normatief criterium, dat volgens mij geschikter is om de gewenste uitkomsten te bereiken dan het prestatiebegrip. In paragraaf 5.5 ga ik uitvoerig in op het begrip rechtsgrond.
In paragraaf 5.6 bespreek ik dat niet alleen de begrippen ‘betaling’ en ‘rechtsgrond’ van belang zijn om de gewenste uitkomsten te bereiken, maar ook de omvang en de inhoud van de aanspraak die voortvloeit uit artikel 6:203.
Ik besluit dit hoofdstuk in paragraaf 5.7 met een samenvatting en conclusies.