De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.2.1:6.2.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.2.1
6.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366319:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De samenwerking hoeft blijkens de Memorie van Toelichting niet al werkelijk tot “(verdere) verkrijging van overwegende zeggenschap te hebben geleid, dan wel te hebben geresulteerd in het dwarsbomen van een aangekondigd openbaar bod”, zie Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 3, p. 24. Onduidelijk is wat met de toevoeging “verdere” is beoogd. Zie nader over verkrijging van overwegende zeggenschap bij acting in concert § 13.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar Nederlands recht is de biedplicht wegens acting in concert afhankelijk van het doel van de samenwerking. Dat volgt ook uit de parlementaire geschiedenis; volgens de Minister moet worden gekeken naar het “onderwerp” van de samenwerking en zal het oogmerk de controle te verwerven doorgaans ontbreken bij onderwerpen van ondergeschikt belang.1 De samenwerking hoeft nog niet tot het beoogde resultaat te hebben geleid.2 Nederland volgt op dit punt – net als de onderzochte landen – de acting in concert-definitie uit de Overnamerichtlijn. Deze ziet op een overeenkomst die ertoe strekt de zeggenschap over de doelvennootschap te verkrijgen of het welslagen van het bod te dwarsbomen (art. 2 lid 1 sub d Overnamerichtlijn).
In deze paragraaf analyseer ik de geschiktheid van het doelcriterium als onderscheidend criterium. Voor een goed begrip van de discussie geef ik eerst een overzicht van de mogelijke alternatieve criteria (§ 6.2.2). Vervolgens analyseer ik welke van deze criteria het meest geschikt is (§ 6.2.3).