Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/7.3:7.3 Eindconclusie
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/7.3
7.3 Eindconclusie
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS589757:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De regresproblematiek bij concernfinanciering is in Duitsland en België geen relevant probleem. Dat de problematiek wel in de Nederlandse rechtsorde speelt en weerbarstig blijkt, zegt iets over de wijze waarop in Nederland het concern als economisch en maatschappelijk verschijnsel juridisch wordt benaderd. In dit licht is de regresproblematiek een symptoom van een onderliggend verschijnsel, namelijk: een juridisch ambigue benadering van het concern. Deze benadering is historisch te duiden. De oude wetgever heeft geen rekening gehouden met het moderne concern. Dit heeft tot gevolg dat de wet en de rechtspraak het concern regelmatig enkelvoudig benaderen. Tegelijkertijd leeft er onder juristen het besef dat het concern in de praktijk hoofdzakelijk als economische eenheid functioneert. Als gevolg hiervan zijn in de wet en de rechtspraak ook tekenen te zien van een geconsolideerde benadering van het concern.
Het geconsolideerd benaderen van het concern leidt in de literatuur soms tot beroering. Dit komt doordat het geconsolideerd benaderen van concernvraagstukken ertoe kan leiden dat de rechtspersoonlijkheid van een aan het concern deelnemend rechtssubject gerelativeerd wordt. Dit is een ingewikkeld en gevoelig thema dat raakt aan één van de pilaren van ons vennootschapsrecht: de zelfstandige rechtspersoonlijkheid die ook toekomt aan elke concernvennootschap.
Indachtig dit voorgaande is mijns inziens een geconsolideerd perspectief op in elk geval de regresproblematiek te prefereren. Hierbij dient wel rekening te worden gehouden met de diverse verschijningsvormen van het concern in de economisch werkelijkheid: van hecht tot los georganiseerd. Bij een hecht concern is het wenselijk om eventuele verliezen bij dochtervennootschappen als gevolg van het concernbeleid sneller te kunnen toerekenen aan de moedervennootschap. Dit geldt mogelijk ook voor verliezen die dochtervennootschappen lijden als gevolg van ter securering van het concernkrediet verstrekte zekerheden. De onderlinge verhouding tussen de hoofdelijk aansprakelijke moeder- en dochtervennootschappen, zou door de feitenrechter zodanig moeten worden geïnterpreteerd, dat de interne bijdragen van de moedervennootschap en de dochtervennootschappen in een redelijke verhouding staan ten opzichte van de invloed van de moedervennootschap op het beleid van haar dochtervennootschappen. Immers, wie bepaalt, betaalt.