O&A 2025/26
Geurhinder van veehouderijen, recht op eerbiediging van het privé-, gezins- en familieleven en de woning, positieve verplichtingen, Urgenda, wetgevingsbevel
Hof Den Haag 25-03-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:431, m.nt. R. van der Hulle
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
25 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, I. Brand en R.J.B. Schutgens
- Zaaknummer
200.323.906/01
- Noot
R. van der Hulle
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD14311:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Internationaal privaatrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2025:431, Uitspraak, Hof Den Haag, 25‑03‑2025
ECLI:NL:GHDHA:2024:20, Uitspraak, Hof Den Haag, 09‑01‑2024
- Wetingang
Art. 8 EVRM; art. 3 en 6 Wgv; art. 6:162 BW
Essentie
Geurhinder van veehouderijen, recht op eerbiediging van het privé-, gezins- en familieleven en de woning, positieve verplichtingen, Urgenda, wetgevingsbevel
Samenvatting
De Staat handelt onrechtmatig en heeft onrechtmatig gehandeld doordat het wettelijk kader ter bescherming tegen geurhinder in het licht van artikel 8 EVRM tekortschiet en tekort heeft geschoten en de Staat geen redelijke en passende maatregelen heeft genomen.
Artikel 8 EVRM beschermt het recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven en de woning. Deze bepaling heeft ook betrekking op milieukwesties. Vergaande geurhinder kan een dusdanige aantasting van de gezondheid en de kwaliteit van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.