Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/6.5.3:6.5.3 Advisering over een opheffingskortgeding
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/6.5.3
6.5.3 Advisering over een opheffingskortgeding
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS494638:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Niet alleen financiële aspecten spelen hier een rol, maar ook de omstandigheid dat het hier vaak een eerste cliënt-dienstverlenercontact betreft in het kader van een gelegd beslag, waarbij mee kan spelen dat de advocaat er de voorkeur aan geeft om risicomijdend te adviseren.
Het door Galanter 1984, p. 268-276, genoemde proces van litigotiation stemt hiermee overeen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vrijwel steeds zal de advocaat van een partij die met een beslag werd geconfronteerd een beslissende rol spelen bij de keuze voor het al dan niet entameren van een opheffingskortgeding. De resultaten van de vraaggesprekken laten zien dat een aantal uit de rechtssociologie bekende keuzemechanismen hierbij een rol spelen. Zo worden kosten en baten tegen elkaar afgewogen en een schatting gemaakt van de slagingskans van een procedure. De conclusie is dat door advocaten terughoudend tot zeer terughoudend wordt omgegaan met het entameren van een opheffingskortgeding, omdat de kans op opheffing van een beslag als gering wordt geschat en het niet als in het belang van cliënt en dienstverlener wordt gezien om kosten1 te maken voor een zaak met weinig slagingskans. Als gevolg hiervan zal in een zaak waarin de slagingskans in opheffingskortgeding als gering wordt gezien bij geringe bezwarendheid van het beslag worden gewacht op de resultaten van de procedure in de hoofdzaak en in het geval van een knellend beslag worden gekozen voor onderhandeling en een onderlinge regeling of (indien mogelijk) zekerheidstelling worden overwogen.2 Het voorgaande heeft betrekking op situaties waarin er redenen zijn om de instelling van een opheffingskortgeding te overwegen. Uiteraard geldt dit niet voor alle gevallen waarin beslag wordt gelegd: uit de respons van advocaten van partijen die met een beslag werden geconfronteerd blijkt dat er ook met regelmaat situaties zijn waarin een opheffingskortgeding niet overwogen wordt omdat er geen sprake is van knellendheid, het beslag terecht werd gelegd voor een terechte vordering of de kosten-batenafweging negatief uitvalt. Een advocaat verwoordde het voorgaande kort en bondig: ‘De kans dat beslag wordt opgeheven is klein, echter als het om een niet betwiste vordering gaat en er geen zekerheid is gesteld, is er sprake van een terecht beslag.’