Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/2.8.1.1
2.8.1.1 De verstrekking van (leveranciers)krediet draagt bij aan de economische groei
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90918:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Cohen, University of Pennsylvania Journal of International Economic Law 1999, p. 428.
Goode, Texas International Law Journal 1998/33, p. 47, 50; Drobnig, Texas International Law Journal 1998/33, p. 54; McCormack 2004, p. 18-19, 21; Akseli 2011, paragrafen 1.3.1 en 1.3.5. Zie onder meer de UNCITRAL Legislative Guideon Secured Transactions, paragraaf 2, p. 1 en paragraaf 6-7, p. 2; Von Bar, Clive & Schulte-Nölke 2009, p. 77; World Bank, Principles for Effective Insolvency and Creditor/Debtor Regimes, Revised 2015, p. iii; Dirix 2013, p. 2; Verstijlen, WPNR 2013/6983, p. 563-564; Spath & Bartels 2013, p. 630-636; Asser/Van Mierlo 3-VI 2016/9.
Een aantal economische onderzoeken, zonder uitputtend te willen zijn: Goldsmith 1969; King & Levine, Quarterly Journal of Economics 1993/108, p. 717–738; King & Levine, Journal of Monetary Economics 1993, p. 513–542; King & Levine 1993, p. 156–189; Levine 2005; Merton & Bodie 1995, p. 3–31; Merton & Bodie, National Bureau of Economic Research Working Paper 2004, nr. 10620; Buch & Neugebauer, Journal of Banking & Finance 2011/35, p. 2179-2187; Berger & Udell, ChicagoJournals/the journal of business 1995/68, p. 351-381 en Berger & Udell, Journal of Banking & Finance 2006/30, p. 2945-2966.
Levine 2005.
Kuznets, American Economic Review 1940; Schumpeter 1939; Schumpeter 1983.
Onder meer Smits 2015, p. 102; Warren, Cornell Law Review 1997, p. 1377; Kripke, University of Pennsylvania Law Review 1985 p, 929; Scott, Journal of Legal Education 1983/2, p. 285-286.
Er zijn diverse economische onderzoeken die aantonen dat leverancierskrediet een belangrijke financieringsbron is voor ondernemingen. Zie onder meer Cuñat & Garcia-Appendini 2012, p. 526; Giannetti, Burkart & Ellingsen, The Review of Financial Studies 2011, p. 1261; Beck, Demirgüc-Kunt & Maksimovic, Journal of Financial Economics 2008/3, p. 467-487. De Financieringsmotor 2017-1, bijlage bij Kamerstukken II 2017/18, 32637, 294 laat zien dat bedrijven in Nederland verwachten gemiddeld 23% van hun financiering te verkrijgen van leveranciers. Uit de Survey on the access to finance of enterprises.October 2017 to March 2018, p. 12 van de Europese Centrale Bank volgt dat leverancierskrediet en lease en huurkoop zeer belangrijke bronnen van krediet zijn voor het MKB in de Eurozone. Een derde van de ondernemingen gebruikt leverancierskrediet en bijna de helft van de ondervraagde ondernemingen maakt gebruik van lease of huurkoop. De behoefte aan leverancierskrediet neemt ook toe, zo volgt uit het onderzoek, p. 19. https://www.ecb.europa.eu/stats/ecb_surveys/safe/html/index.en.html. In het onderzoek Het buffervermogen van het MKB. Omvang, achtergronden en een internationale vergelijkingvan EIM uit 2010 in opdracht van de ministeries van Economische Zaken en Financiën wordt geconcludeerd op p. 17: “ Leverancierskrediet is de op een na belangrijkste bron van vreemd vermogen. Leverancierskrediet is belangrijk bij de business-to-businessrelatie en is een substituut voor het rekening-courantkrediet.” Het onderzoek is als bijlage gehecht aan de Brief aan de Tweede Kamer over Onderzoeksresultaten buffervermogen van het mkb en stand van zaken uitvoering motie Tang/Pieper van 5 juli 2010.Te raadplegen via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2010/06/30/het-buffervermogen-van-het-mkb-omvang-achtergronden-en-een-internationale-vergelijking .
Voor het Nederlandse recht: Kamerstukken II 1933/34, 431, nr. 3; Kamerstukken II 2016/17, 34 559, nr. 3, p. 5. Vgl. Richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties, considerans, overweging 3. Voor het Duitse recht: Schubert 1966, p. 157; Brinkmann 2011, p. 187, p. 207-208. Voor het Belgische recht: Parl. St. Kamer 1995-96, nr. 329/17, p. 9-10; Parl. St. Kamer 1995-96, nr. 330/2, p. 7-8; Memorie van Toelichting van de Pandwet via Dirix 2013, p. 77. Parl.St. Kamer, 2012-12, nr. 2463/1,p. 9-10. Voor het Amerikaanse recht: Gilmore, Harvard Law Review 1963, p. 1337; Gilmore 1965, p. 74-75. UNCITRA LLegislative Guideon Secured transactions, paragraaf 16-17, p. 319-322; Principles, Definitions and Model Rules of European Private Law Draft Common Frame of Reference, p. 4454 en 4627.
Krediet is een belangrijke factor voor economische groei. Het stimuleert de economische activiteit, innovatie, ontwikkeling en groei van (onder meer) ondernemingen. Krediet draagt zodoende bij aan de groei van de economie. Krediet is ‘an engine of economic growth’.1
Deze aanname wordt algemeen onderschreven door wetgevers en regelgevers.2 Er zijn economische onderzoeken die onderschrijven dat kredietverlening één van de factoren is voor een goed functionerende economie en de economische groei bevordert.3 Zo concludeert de vooraanstaande econoom Levine op basis van zijn onderzoeken dat er een verband is tussen het verstrekken van krediet en de economische ontwikkeling.4 Schumpeter, een van de meest invloedrijke economen uit de twintigste eeuw, legt deze premisse ten grondslag aan zijn theorieën over economische ontwikkeling. Zijn theorieën zijn in belangrijke mate gestoeld op de idee van een ‘natuurlijke’ balans tussen vraag en aanbod, waarbij een evenwicht tussen de kosten en opbrengsten voor bedrijven zich in een ‘circular flow’ ontwikkelt. Binnen dit cyclische systeem is kredietverlening een noodzakelijke voorwaarde. Krediet leidt tot ondernemerschap en innovatie, waarbij innovatie in de ene bedrijfssector leidt tot een vliegwiel in andere sectoren. Kredietverlening heeft hiermee een positieve invloed op de algehele economische groei.5 Wel merk ik op dat geen van de economische onderzoeken onomstotelijk bewijs levert, omdat er geen alomvattend onderzoek of economisch model bestaat dat een sluitende analyse geeft, en de modellen gebaseerd zijn op empirische veronderstellingen.6
Een belangrijke bron van krediet voor ondernemingen is leverancierskrediet.7 Het stelt ondernemingen in staat om zaken te verwerven zonder direct de koopprijs (volledig) te moeten voldoen. Zij kunnen de zaken al wel gebruiken in de uitoefening van hun beroep of bedrijf. De premisse is dat de verstrekking van dit krediet leidt tot meer handel en bedrijvigheid voor zowel de kredietverstrekkende als kredietnemende onderneming en bijdraagt aan de economische groei.8