V-N 2019/8.9
Geen overgangsregeling bij nieuwe partnervrijstelling erfbelasting. Griffierecht niet op tijd betaald
HR 01-02-2019, ECLI:NL:HR:2019:155, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 februari 2019
- Magistraten
Wortel, Beukers-van Dooren, Cools
- Zaaknummer
18/03582
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS930362:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Griffierecht
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:155, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑02‑2019
- Wetingang
art. 8:41 lid 6 Awb; art. 5a AWR; art. 32 SW 1956
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is, aangezien het griffierecht te laat is betaald. De door X opgegeven reden voor de late betaling heelt dit verzuim niet. Het door X als griffierecht betaalde bedrag van € 126 wordt wel aan haar teruggegeven.
Samenvatting
Mevrouw X en haar partner wonen wel feitelijk samen, maar staan niet op hetzelfde adres ingeschreven. Als haar partner overlijdt, claimt X dat de partnervrijstelling van toepassing is. Volgens X was sprake van een singulier huwelijk, zijnde een huwelijk dat op een bijzondere wijze is gesloten. Als bewijs hiervan overlegt X beeldmateriaal. Volgens Rechtbank ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.