NJB 2024/960:Beslagbeklag, art. 552a Sv: de rechter is bij de beoordeling van het beklag over de inbeslagneming niet verplicht ambtshalve te onderzoeken of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Als echter wordt aangevoerd dat de persoonlijke belangen van de verdachte bij de opheffing van het beslag zwaarder moeten wegen dan het met art. 94 en/of 94a Sv nagestreefde strafvorderlijk belang bij het voortduren daarvan, kan de rechter gehouden zijn blijk te geven van zo’n onderzoek. De Hoge Raad zet uiteen hoe moet worden beoordeeld of de rechter blijk moet geven van zo’n onderzoek. In casu ging het o.a. om laptops en een iPhone. Daarover kon de rechtbank mede op de grond dat ‘het strafrechtelijk onderzoek nog loopt en dat dat deels moet worden toegeschreven aan de weigering door de klager om wachtwoorden en inlogcodes te verstrekken’ oordelen dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen teruggave daarvan. Nieuwe ontwikkelingen na de behandeling van het klaagschrift door de feitenrechter: daarmee kan in de cassatieprocedure geen rekening worden gehouden. Wel zouden die aanleiding kunnen zijn voor het opnieuw indienen van een klaagschrift, zodat het beklag opnieuw door de feitenrechter kan worden beoordeeld op grond van de informatie die op dat moment voorhanden is.