Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/17.4.2:17.4.2 Artikel 23 EEX-V°/17 Verdrag
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/17.4.2
17.4.2 Artikel 23 EEX-V°/17 Verdrag
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS419275:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Geimer, IZPR, p. 459, nr. 1774a; Huet, Clunet 1990, p. 152.
Rb. Rotterdam 24 juni 1994 in: Hof 's-Gravenhage 19 december 1995, NIPR 1996, 429; Rb. Haarlem 22 december 1998, NIPR 1999, 84; Rb. Rotterdam 20 mei 1999, NIPR 1999, 299; Rb. Rotterdam 10 augustus 2005, NIPR 2006, 63.
Nota van het Permanent Bureau over de vraag van het forum non conveniens in het perspectief van het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, doc. prél. 3, p. 13.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Over art. 23 EEX-V°/17 Verdrag kan ik kort zijn: een redelijk belang voor de aanwijzing van een bepaald gerecht is geen voorwaarde voor een forumkeuze.1 EEX-V°/ Verdrag bevat een gesloten regeling voor rechtsmacht waarbinnen geen ruimte is voor toetsing van de vraag of partijen een (redelijk) belang hebben bij hun keuze. Bij mijn weten vindt een dergelijke toets in de praktijk ook niet plaats.2 De gerechten van de EG-lidstaten respectievelijk verdragsluitende staten worden niet geacht een discretionaire bevoegdheid te hebben om af te wijken van de regels van het verdrag.3