RO 2015/22
Bestuurdersaansprakelijkheid. Is sprake van onbehoorlijk bestuur indien een bestuurder haar belangen als crediteur van de vennootschap laat prevaleren boven die van de vennootschap, indien zij de gevolgen daarvan later tracht te repareren? (Appellante/Houtman qq)
Hof Arnhem-Leeuwarden 23-12-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:10159
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
23 december 2014
- Magistraten
Mrs. A.W. Steeg, Ch.E. Bethlem, A.S. Gratama
- Zaaknummer
200.096.730
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS920170:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2014:10159, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 23‑12‑2014
- Wetingang
Essentie
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling. Belangenconflict. Matiging.
Is sprake van onbehoorlijk bestuur indien een bestuurder haar belangen als crediteur van de vennootschap laat prevaleren boven die van de vennootschap, indien zij de gevolgen daarvan later tracht te repareren?
Samenvatting
De vennootschap Pondac Products B.V. (Pondac) heeft twee 50% aandeelhouders, die tevens beiden bestuurder van Pondac zijn (hierna respectievelijk: de man en de vrouw tevens appellante in de procedure). De man en de vrouw hebben een affectieve relatie. De vrouw heeft een tweetal, deels achtergestelde, leningen verstrekt aan Pondac. Zij komt er op een gegeven moment achter dat de man regelmatig gelden overmaakt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.