Einde inhoudsopgave
RvdW 2021/184
Vanuit Duitsland meenemen van een vrouw naar NL/België met het oogmerk haar seksuele handelingen tegen betaling te laten verrichten (medeplegen mensenhandel, art. 273f lid 1 sub 3 Sr). Volgt uit bewijsvoering dat meenemen van aangeefster is begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 26-01-2021, ECLI:NL:HR:2021:116
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
26 januari 2021
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, J.C.A.M. Claassens
- Zaaknummer
19/02976
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:116, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 26‑01‑2021
ECLI:NL:PHR:2020:1247, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑11‑2020
Essentie
Vanuit Duitsland meenemen van een vrouw naar NL/België met het oogmerk haar seksuele handelingen tegen betaling te laten verrichten (medeplegen mensenhandel, art. 273f lid 1 sub 3 Sr). Volgt uit bewijsvoering dat meenemen van aangeefster is begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/02976
Datum 26 januari 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 juni 2019, nummer 20-000106-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.