Rb. Utrecht, 02-04-2010, nr. 678008 AE VERZ
ECLI:NL:RBUTR:2010:BN3567
- Instantie
Rechtbank Utrecht
- Datum
02-04-2010
- Zaaknummer
678008 AE VERZ
- LJN
BN3567
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBUTR:2010:BN3567, Uitspraak, Rechtbank Utrecht, 02‑04‑2010; (Kort geding)
- Vindplaatsen
AR-Updates.nl 2010-0640
VAAN-AR-Updates.nl 2010-0640
Uitspraak 02‑04‑2010
Inhoudsindicatie
afwijzing ontbindingsverzoek wegens gestelde seksuele intimidatie, waarvoor wn ook op staande voet is ontslagen. Kennelijk vrij oppervlakkig onderzoek naar de klachten geweest. Buiten het gestelde verwijt van de seksuele intimidatie geen andere redenen om de aovk te beëindigen, dus gestelde vertrouwensbreuk is niet als een zelfstandige grond aan te merken, nu deze geheel tot het incident is te herleiden..
Partij(en)
RECHTBANK UTRECHT
Sector kanton
Locatie Amersfoort
zaaknummer: 678008 AE VERZ 10-74 JS
beschikking d.d. 2 april 2010
inzake
de besloten vennootschap
McSomel Amersfoort Centrum B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
verder ook te noemen McSomel,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. E.M. Govers,
tegen:
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
verder ook te noemen [verweerder],
verwerende partij,
gemachtigde: mr. M.A.H.H. Ceelen.
Verloop van de procedure
McSomel heeft op 9 februari 2010 een verzoekschrift ingediend.
[verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.
Het verzoek is ter zitting van 22 maart 2010 behandeld. Daarvan is aantekening gehouden. Hierna is uitspraak bepaald.
Motivering
[verweerder], geboren [1973], is op 1 mei 1998 in dienst van (de rechtsvoorganger van) McSomel getreden.
Het laatstgenoten brutoloon bedraagt (gemiddeld) € 2.328,38 per maand. De laatst vervulde functie van [verweerder] was floormanager in een door McSomel geëxploiteerd McDonald-restaurant.
Op het functioneren van [verweerder] is geen (noemenswaardige) kritiek geweest.
Op 24 december 2009 heeft McSomel [verweerder] op staande voet ontslagen wegens - kort gezegd - seksuele intimidatie van een aantal vrouwelijke medewerkers in het restaurant waar [verweerder] werkzaam was. McSomel heeft zich hierbij gebaseerd op een rapport van de Bedrijfsrecherche Nederland B.V. (aanvang 22 december 2009, afgesloten 18 januari 2010). In dat rapport bevinden zich verklaringen van een drietal (voormalige) medewerksters van McSomel, die zich hebben uitgelaten over handelingen van [verweerder]. De beschuldigingen komen neer op het bewust aanraken van de billen, het betasten van het kruis en de borsten en het proberen een kus te krijgen.
Het thans voorliggende verzoek is ingediend voor het geval zou komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst met [verweerder] niet door het ontslag op staande voet is geëindigd. McSomel stelt zich op het standpunt dat de gedragingen van [verweerder] een dringende reden opleveren en subsidiair een verandering in de omstandigheden die het noodzakelijk maakt dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd dient te eindigen. In dat kader heeft McSomel aangevoerd dat zij [verweerder] niet meer zal kunnen vertrouwen.
[verweerder] heeft de beschuldigingen van McSomel ontkend. Bij zijn verweerschrift is een handgeschreven verklaring van een van de klaagsters gevoegd, waarin die aangeeft dat [verweerder] geen seksuele bedoelingen zal hebben gehad, er sprake is geweest van geintjes, maar niet van seksuele geintjes en dat zij haar verklaring tegenover de Bedrijfsrecherche intrekt.
De kantonrechter constateert dat het onderzoek van de Bedrijfsrecherche Nederland betrekkelijk beperkt is geweest. Volstaan is het horen van de betrokken medewerksters en [verweerder]. Verhoor van andere personen tegenover wie de medewerksters in een eerder stadium hun klachten zouden hebben geuit heeft niet plaatsgevonden. Evenmin heeft verificatie van de juistheid van de verklaringen plaatsgevonden.
Gezien dit beperkte onderzoek, de ontkenning van [verweerder] en de intrekking van een van de verklaringen, staat op dit moment onvoldoende vast welke gedragingen aan [verweerder] kunnen worden verweten. Daarvoor zou bewijslevering noodzakelijk zijn. Onderhavige procedure leent zich daartoe in beginsel niet.
Nu op het verdere functioneren van [verweerder] geen kritiek is geuit en uitsluitend de verweten gebeurtenissen aan het verzoek ten grondslag liggen, die precies dezelfde zijn als die welke tot het ontslag op staande voet hebben geleid, zal de kantonrechter het verzoek afwijzen. Het door McSomel gestelde gebrek aan vertrouwen in [verweerder] is niet als een zelfstandige grond aan te merken, nu dat gebrek is te herleiden tot de verweten gedragingen.
McSomel wordt veroordeeld in de proceskosten.
Beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek af;
veroordeelt McSomel in de proceskosten aan de zijde van [verweerder], tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 500,- aan salaris gemachtigde.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 april 2010.