HR, 08-10-2024, nr. 22/01883
ECLI:NL:HR:2024:1224
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
08-10-2024
- Zaaknummer
22/01883
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:1224, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑10‑2024; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHARL:2022:3603
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1027
ECLI:NL:PHR:2024:1027, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑06‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:1224
- Vindplaatsen
Uitspraak 08‑10‑2024
Inhoudsindicatie
Medeplegen namaken bankbiljetten (art. 208 Sr), medeplegen uitgeven valse bankbiljetten (art. 209 Sr), voorhanden hebben voorwerpen bestemd tot namaken bankbiljetten (art. 214 Sr) en deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 22/01755 P, 22/01779 P, 22/01788 P, 22/01849 P, 22/01882 P, 22/01896 en 22/01897 P.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01883
Datum 8 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 mei 2022, nummer 21-003463-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2024.
Conclusie 25‑06‑2024
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Met 22/01788, 22/01882, 22/01779, 22/01896, 22/01755, 22/01849 en 22/01897 samenhangende peek. Cassatieberoep n-o.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/01883
Zitting 25 juni 2024
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte
De verdachte is bij arrest van 10 mei 2022 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens 1. ‘medeplegen van bankbiljetten namaken, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst te doen uitgeven, meermalen gepleegd’, 2. ‘medeplegen van bankbiljetten die hij zelf heeft nagemaakt, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst te doen uitgeven, zich verschaffen, in voorraad hebben en vervoeren, meermalen gepleegd’, 3. ‘het voorhanden hebben van voorwerpen, wetende dat zij bestemd zijn tot het namaken van bankbiljetten’ en 4. ‘deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven’ veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, en met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr.
Er bestaat samenhang met de zaken 22/01788, 22/01882, 22/01779, 22/01896, 22/01755, 22/01849 en 22/01897. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 20 september 2022 in persoon betekend. Namens de verdachte is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur, houdende middelen van cassatie ingediend.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG