Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.8.3.3
III.8.3.3 Deelnemen
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460415:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
De leidinggevende kan overigens ook worden aangemerkt deelnemer, als hij wél alle bestanddelen vervult: overlap tussen plegen en deelnemen is mogelijk.
De andere deelnemer is de medepleger, maar deze figuur komt nog weinig voor in het bestuursrecht. Maar zowel in mijn preadvies als in het preadvies van Manon van Overbeek en Olivier Dusée zijn nauwelijks voorbeelden te vinden waarin leidinggevenden zijn aangesproken via medeplegen. Zie Van Overbeek & Dusée 2019, m.n. par. 4.
Dit gaat in de regel via functioneel plegerschap, waarvoor de Drijfmest-criteria gelden. Zie hieromtrent par. III.4.3.4 en nader in par. II.4. Zie voorts in bestuursrechtelijke context Hornman & Bleeker 2019, par. IV.
HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733, NJ 2016/375, m.nt. Wolswijk (Overzichtsarrest feitelijk leidinggeven), r.o. 3.5.1. In het strafrechtelijke hoofdstuk ga ik uitgebreider in op de vereisten voor feitelijk leidinggeven: par. II.5.4. Zie in bestuursrechtelijke context: Hornman & Bleeker 2019, par. 5.
HR 16 december 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9607, NJ 1987/321 en 322, m.nt. ’t Hart (Slavenburg II).
Dat is logisch, want voor medeplegen moeten de medeplegers immers gezamenlijk alle bestanddelen vervullen, dus ook het kwalitatieve bestanddeel. Zie het strafrechtelijke hoofdstuk: par. II.5.3. Zie voorts in bestuursrechtelijke context: Hornman & Bleeker 2019, par. 6.
Als de leidinggevende geen normadressaat is, als de delictsgedraging hem niet kan worden toegerekend, of als er geen sprake is van de vereiste opzet/schuld, kan hij niet zelf alle delictsbestanddelen van het voorschrift vervullen, en dan vallen de plegerschapsvormen af. De betrokkene kan dan wellicht alsnog worden aangemerkt als overtreder, op grond van deelneming.1
Feitelijk leidinggeven?
Indien de overtreding gepleegd is in de context van een rechtspersoon en de aangesprokene heeft een leidinggevende rol gehad ten aanzien van het begaan van die overtreding, dan ligt de deelnemingsvorm feitelijk leidinggeven het meest voor de hand.2 Voor feitelijk leidinggeven moet eerst worden vastgesteld of de rechtspersoon in kwestie kan worden aangemerkt als overtreder (het accessoriteitsvereiste).3 Vervolgens moet worden beoordeeld of de leidinggevende kan worden aangemerkt als een ‘feitelijk leidinggever’. Dit is in ieder geval mogelijk wanneer de leidinggevende de verboden gedraging actief en effectief bevorderd heeft, maar het is ook mogelijk indien de aangesprokene op een meer indirecte of subtiele wijze leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging. Voor dit laatste geval is de toets van het Slavenburg-arrest van toepassing.4 Daarin bepaalt de Hoge Raad dat er reeds sprake is van feitelijk leidinggeven indien de verdachte, hoewel daartoe 1) bevoegd en 2) redelijkerwijs gehouden, 3) maatregelen ter voorkoming van de verboden gedragingen achterwege laat en 4) bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat deze zich zullen voordoen.5
Medeplegen
Mocht de rechtspersoon echter niet kunnen worden aangemerkt als overtreder, of als de aangesproken leidinggevende niet voldoet aan de ondergrens uit de Slavenburg II-beschikking, dan is er geen sprake van feitelijk leidinggeven in de zin van artikel 5:1 lid 3 Awb jo. art. 51 lid 2 Sr. Mogelijk kan de leidinggevende in kwestie dan alsnog worden aangemerkt als medepleger. Medeplegen kan met name uitkomst bieden voor de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden in de meer atypische situaties, bijvoorbeeld als de leidinggevende functie geen bestaansvoorwaarde- maar eerder een bijkomstigheid is bij het begaan van het strafbare feit. Voor medeplegen is vereist dat de aangesprokene in nauwe en bewuste samenwerking met een ander alle bestanddelen van de verboden gedraging vervult. Daarom moet in ieder geval één van de medeplegers normadressaat zijn.6