Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/9.3.2
9.3.2 Overgang van de vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS587128:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervóór nr. 465. Vgl. Rongen 2002b, p. 278.
Anders: Rongen 2002b, p. 279-281; en vgl. Verhagen & Rongen 2000, p. 136. De wet noch de parlementaire geschiedenis biedt aanknopingspunten voor een dergelijke beperking van de contractsvrijheid.
Zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II* 2009, nr. 311; Losbladige Verbintenissenrecht 2001 (A.l.M. van Mierlo), art. 6:149, aant. 1, waar wordt gesteld dat art. 6:149 lid 1 BW naar zijn aard niet van toepassing is op contractsovememing.
Zie HR 25 januari 1991, NJ 1992, 172 (Van Berkel/Tribosa), m.nt. HJS. Zie hiervóór nr. 391-392.
Vgl. ook hiervóór nr. 391-392.
524. Omdat bij de overgang van vorderingen alleen de vordering overgaat, en niet de aan de vordering onderliggende rechtsverhouding uit overeenkomst, is de nieuwe schuldeiser niet tot wijziging of overdracht van de rechtsverhouding uit overeenkomst bevoegd. De oude schuldeiser als de contractspartij is hiertoe zelfstandig bevoegd.
Een contractswijziging door de oude schuldeiser heeft geen gevolgen voor een vordering van de nieuwe schuldeiser die reeds is overgegaan.1 De oude schuldeiser kan na de overgang van de vordering wijzigingen overeenkomen met de schuldenaar, zonder dat de rechtspositie van de nieuwe schuldeiser daardoor wordt beïnvloed. De wijzigingen in de overeenkomst hebben geen gevolgen voor de vordering die is overgegaan. De oude schuldeiser mist na de overgang de bevoegdheid om de vordering te wijzigen. Is een (nog) toekomstige vordering bij voorbaat geleverd, dan heeft een contractswijziging wel gevolgen voor de vorderingen die nog moeten ontstaan en nog niet zijn overgegaan. De partij bij de overeenkomst behoeft niet de toestemming of de medewerking van de toekomstige cessionaris voor de wijziging van de overeenkomst.2 Een andere zienswijze zou bijvoorbeeld betekenen dat een verhuurder voor iedere wijziging van de huurovereenkomst de toestemming of de medewerking van de toekomstige nieuwe schuldeiser nodig heeft. Verkrijgt de nieuwe schuldeiser door de contractswijziging een andere vordering dan overeengekomen, dan kan hij de verkoper (de oude schuldeiser) op grond van wanprestatie aansprakelijk stellen (art. 6:74 jo 7:17 jo 7:47 BW). Om aansprakelijkheid te voorkomen kan de oude schuldeiser aan de nieuwe schuldeiser om toestemming vragen. De toestemming is echter niet vereist om een rechtsgeldige wijziging van de overeenkomst te bewerkstelligen.
525. Een contractsovememing heeft evenmin gevolgen voor de vordering die is overgegaan.3 De oude schuldeiser kan na de overgang van de vordering alleen de rechtsverhouding uit overeenkomst zonder de desbetreffende, overgegane vordering overdragen. Hij kan immers niet méér overdragen dan hij zelf heeft. Heeft de oude schuldeiser een toekomstige vordering bij voorbaat geleverd, dan verkrijgt de nieuwe contractspartij deze vordering blijkens het arrest Van Berkel/Tribosa evenmin.4 Dat is opmerkelijk. Na de contractsovememing kan de vordering (eigenlijk) niet meer in het vermogen van de oude contractspartij (de oude schuldeiser) ontstaan, maar alleen in het vermogen van de nieuwe contractspartij. Toch is de beschikkingsbevoegdheid van de oude contractspartij bepalend voor de vraag of uiteindelijk de overdracht van de bij voorbaat geleverd vordering plaatsvindt (art. 3:84 lid 1 BW). Immers, de oude contractspartij heeft de vordering bij voorbaat geleverd. Vanuit het perspectief van de nieuwe schuldeiser zullen de vorderingen in het vermogen van de oude schuldeiser / de oude contractspartij ontstaan, en na een ondeelbaar moment van rechtswege naar zijn vermogen overgaan, als de oude schuldeiser op het moment van ontstaan van de vorderingen nog beschikkingsbevoegd is.5 Een contractswijziging door de nieuwe contractspartij zal op deze vordering niet van invloed zijn.
Door de contractsovememing is een andere partij bevoegd tot ontbinding en opzegging. Na de overgang van de vordering en de contractsoverneming bestaat tussen de nieuwe schuldeiser en de nieuwe contractspartij een rechtsverhouding, op grond waarvan de nieuwe contractspartij gehouden kan zijn tot ontbinding of juist gehouden kan zijn zich daarvan te onthouden.
526. Bij een stille cessie blijft de stille cedent contractspartij. Hij is uit dien hoofde in beginsel bevoegd tot contractsovememing en tot contractswijziging. Hij behoeft noch de toestemming noch de medewerking van de stille cessionaris om de contractsovememing of contractswijziging te kunnen bewerkstelligen, ook niet als een toekomstige vordering uit de overeenkomst bij voorbaat stil gecedeerd is aan de stiile cessionaris. Daarbij dient evenwel het volgende te worden bedacht.
Anders dan bij de openbare overgang van vorderingen leidt een contractswijziging op grond van de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW ook tot een wijziging van de stil gecedeerde vordering. De cessie kan niet aan de schuldenaar worden tegengeworpen dan na mededeling daarvan aan hem. Tot dat moment mag de schuldenaar de stille cedent voor zijn schuldeiser houden. De stille cedent en de stille cessionaris kunnen niet aan de schuldenaar tegenwerpen dat wijzigingen in de overeenkomst geen gevolgen hebben voor de stil gecedeerde vordering. Zolang vanuit het perspectief van de schuldenaar de vordering zich nog in het vermogen van de stille cedent bevindt, werken wijzigingen in de onderliggende overeenkomst wél door in de gecedeerde vordering. Anders dan bij de overgang van vordering wijzigt de stille cedent door wijziging van de onderliggende overeenkomst tevens de stil gecedeerde vordering.
Als de stille cedent besluit tot contractsoverneming zijn de gevolgen daarvan zo mogelijk nog groter voor de stille cessionaris. Hoewel de contractsoverneming na de stille cessie (bij voorbaat) de verkrijging van de vorderingen door de stille cessionaris ongemoeid laat, is de contractsoverneming voor de stille cessionaris niet zonder gevolgen. Zolang van de stille cessie geen mededeling wordt gedaan, zal de schuldenaar op grond van de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW zijn nieuwe contractspartij voor zijn schuldeiser mogen houden en aan hem bevrijdend kunnen betalen. Op de nieuwe contractspartij rust uit dien hoofde een verplichting tot afdracht aan de stille cessionaris, als hij betalingen in ontvangst neemt ten aanzien van de stil gecedeerde vordering (art. 6:36 jo 3:94lid 3 BW; vgl. art. 6:212 BW). Ook zal de nieuwe contractspartij bevoegd zijn tot ontbinding, opzegging en wijziging van de overeenkomst.