De bevrijdende verjaring
Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/8.8:8.8 Conclusie
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/8.8
8.8 Conclusie
Documentgegevens:
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS371355:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het belangrijkste verjaringsdoel is gelegen in het beschermen van de debiteur tegen (i) ongegronde vorderingen waartegen hij zich wegens de teloorgang van bewijsmiddelen niet meer adequaat kan verweren en (ii) gegronde vorderingen die hij wegens tijdsverloop niet meer verwacht. Het algemene rechtszekerheidsbelang heeft, waar het gaat om de gevolgen van verjaring, geen zelfstandige betekenis: het is niet meer dan een optelsom van de toegenomen rechtszekerheid van de individuele debiteuren. Wel kan men zeggen dat de wettelijke regeling van verjaring, en dan in het bijzonder de termijn die van de verjaringsregeling deel uitmaakt, het algemeen rechtszekerheidsbelang dient, in die zin dat zij de kenbaarheid van het recht bevordert. Voorts hebben bij de rechtsverhouding betrokken derden een rechtszekerheidsbelang bij het gevolg van verjaring. Andere doelen, zoals bevordering van het "vlot lopend rechtsverkeer", het straffen van de crediteur of de ontlasting van gerechten, zijn voor de verjaring niet wezenlijk. Evenmin lijken rechtseconomische overwegingen van essentiële betekenis te zijn.